Hanna Kalter Weiss woonde als tiener/adolescent in Het Jongenshuis in Arnhem, werd gedeporteerd naar Westerbork, maar overleefde de Holocaust. In 2006 publiceerde ze op 84-jarige leeftijd een boek over haar tijd als Joodse vluchteling in Nederland: ‘Scuds: A Teenage Jewish Refugee in Nazi-Occupied Holland’ (Devora Publishing, 2006, 396 pagina’s). Het boek, een autobiografische roman, geeft een mooi inkijkje in de levens van gevluchte Joodse jongeren in Het Jongenshuis.

(tekst Henk Donkers)
Hanna (in het boek Hanne) wordt in 1922 in Duisburg geboren, groeit op in een redelijk welgesteld Joods gezin en leidt het leven van gewone Duitse tieners. Ze gaat naar school, heeft vriendinnen, luistert naar muziek, gaat naar de film en droomt van de toekomst. Als Hitler in 1933 aan de macht komt verandert alles. Een leven als gewone Duitse burger wordt steeds moeilijker door anti-Joodse maatregelen. De Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 waarin Joodse winkels, synagogen en woningen vernield en geplunderd worden, en Joden worden mishandeld en gearresteerd, is een dramatische en traumatische gebeurtenis. Ook het huis van Hanne’s ouders is doelwit. Zij besluiten Hanne, haar jongere zus Ruth en hun broertje Sigge (die in het boek overigens niet voorkomt) naar Nederland te sturen. Ze komen terecht in verschillende opvanghuizen voor Joodse vluchtelingenkinderen, onder andere in Huis ten Vijver in Scheveningen, de voormalige villa van de familie Kröller-Müller waar 150 Joodse vluchtelingenkinderen zijn ondergebracht.

De Duitse inval in mei 1940 in Nederland zorgt opnieuw voor een ingrijpende verandering. De kinderen die uit Duitsland zijn gevlucht om aan de nazi’s te ontsnappen, worden nu ook in het veilig geachte Nederland met hen geconfronteerd. En de Duitsers weten precies waar ze wonen.
Een nieuw leven in Het Jongenshuis
Na omzwervingen komen Hanne, haar zus Ruth en broertje Sigge in oktober 1940 terecht in Het Jongenshuis waarover de gevluchte Berlijnse kinderarts dr. Wolff de leiding heeft. Hanne bekijkt hem vanuit haar adolescente blik. Ze kijkt tegen hem op, vindt hem streng maar heeft ook het gevoel dat hij haar doorziet. Een ambivalente houding kortom zoals veel opgroeiende jongeren die hebben tegenover boeven hen geplaatste ouderen.

Onder de jongeren in Het Jongenshuis ontstaat een echt gemeenschapsgevoel: ze hebben dezelfde achtergrond, ze zijn allemaal gevlucht voor de nazi’s en worden er opnieuw door bedreigd. Maar ondanks deze dreiging proberen ze een normaal tienerleven te leiden. Ze maken fietstochten en kamperen in de omgeving, ze hebben lol met elkaar, maken ruzie, gaan naar school, en hebben belangstelling voor kunst, muziek en film.
Er zijn enkele foto’s uit hun tijd in Het Jongenshuis bewaard gebleven en daar staan de jongeren tamelijk zorgeloos op, al moet gezegd worden dat er natuurlijk vooral foto’s gemaakt werden van de vrolijke kanten des levens.



Er ontstaan in Het Jongenshuis ook vriendschappen en verliefdheden. Zo krijgt Hanne een relatie met de Nederlandse jongen Bert. Die wil haar zelfs helpen onderduiken. Dat weigert ze omdat ze zich verantwoordelijk voelt voor haar jongere zus Ruth, hoewel die een heel ander karakter heeft: rationeler en pragmatischer, terwijl Hanne meer een dromer is met een sterke vrijheidsdrang. Hun tegengestelde karakters maken hun relatie niet altijd gemakkelijk. Hanne wil niet onderduiken omdat ze haar zus niet in de steek wil laten.
Oorlog dringt Het Jongenshuis binnen
Na verloop van tijd wordt de Jodenvervolging zichtbaarder. De jongeren moeten een Jodenster dragen en worden beperkt in hun bewegingsvrijheid. Ze weten dat er Joden worden weggevoerd maar weten niet precies wat er met hen gebeurt.

Weiss beschrijft ook de historisch juiste gang van zaken rond medebewoner Artur Meinhard Natt. Hij steelt in maart 1941 in het Sportfondsenbad, waar de bewoners van Het Jongenshuis wekelijks gaan zwemmen, in de kleedkamer het pistool van een Duitse politiebeambte die dat blijkbaar niet goed had opgeborgen. Natt zou zich hebben willen aansluiten bij het ondergrondse verzet. Hij wist dat zijn vader al in februari 1940 was omgekomen in concentratiekamp Sachsenhausen. Wellicht dacht hij aan zijn vader toen hij het pistool ontvreemdde. De diefstal wordt opgemerkt en er is een duidelijk signalement van de dader: lengte ongeveer 1,65 à 1,70 meter, zeer smal gezicht, een bril met smalle glazen en hoornen montuur.
‘s Avonds staat de Arnhemse (!) politie op de stoep van Het Jongenshuis. Iedereen moet naast zijn bed gaan staan terwijl er gezocht wordt naar het wapen en de dief. Natt bekent dat hij de dader is. Hij had het pistool in de tuin begraven onder een rhododendron. Natt wordt gearresteerd, ter dood veroordeeld en op 21 april 1941 – 18 jaar oud – geëxecuteerd. Hij was de eerste Arnhemmer die door een vuurpeloton gefusilleerd werd. De arrestatie en executie van een jonge medebewoner komen hard aan in Het Jongenshuis. De oorlog en de meedogenloosheid van de bezetter dringen Het Jongenshuis binnen terwijl de jongeren daar een zo normaal mogelijk leven proberen te leiden.

Gedeporteerd naar Westerbork
Op 10 december 1942 worden ook de bewoners van Het Jongenshuis gedeporteerd naar Westerbork. Hanne, Ruth en broer worden ook meegenomen. Kinderen die ooit met de kindertransporten naar Nederland gebracht werden omdat het daar veilig zou zijn, worden door de Duitsers opnieuw op transport gezet.
Westerbork is voor Hanne een merkwaardige samenleving. Er zijn woningen, werkplaatsen, een ziekenhuis en allerlei diensten. Hanne en Ruth moeten aan het werk in de ziekenzorg; ze moeten zieke en zwakke mensen oplappen zodat ze daarna op transport gezet kunnen worden. Een vreemde paradox. Het besef begint door te dringen dat hier iets helemaal niet deugt. Ze zien treinen vertrekken richting Duitsland, horen de nazi’s zeggen dat ze daarheen gaan om te werken, maar waarom worden er kinderen op transport gezet, waarom ouderen en mensen die niet meer kunnen werken?
Hanne, Ruth en Sigge hebben het geluk dat hun ouders naar Zweden zijn ontkomen en de Zweedse nationaliteit hebben gekregen. Dat is hun redding, want op 5 mei 1943 worden ze vrijgelaten uit Westerbork. Ze moeten via Duitsland en Berlijn in Zweden zien te komen, en als Joden door nazi-Duitsland reizen, wat een riskante onderneming is. Dat lukt hen en op 16 juni 1943 worden ze in Göteborg herenigd met hun ouders. Hanne heeft de bezetting, Het Jongenshuis en Westerbork overleefd, de familie is weer bij elkaar, maar haar leven is voorgoed veranderd.
Coming-of-age in extreme omstandigheden
‘Scuds’ is geschreven vanuit het perspectief van de tiener en adolescent die Hanna destijds was. Het boek wordt wel omschreven als een ‘coming-of-age-verhaal onder extreme omstandigheden’ en niet als een Holocaust- of oorlogsboek. De titel zou afgeleid zijn van het werkwoord ‘to scud’, wat ‘voortgedreven worden’ betekent, bijvoorbeeld onder invloed van de wind of andere krachten. Dat woord past natuurlijk precies bij Hanna’s levensverhaal.
Het zou mooi zijn als het boek in Nederlandse bibliotheken beschikbaar zou komen of – nog beter – in het Nederlands vertaald zou worden. Er zijn immers weinig boeken die voor tieners en adolescenten inleefbaar maken wat het betekent om gediscrimineerd te worden en voortdurend te moeten vluchten. Wat Hanna is overkomen, overkomt in deze tijd in andere maar vergelijkbare gedaanten veel gevluchte jongeren. Hanna heeft kunnen navertellen wat veel van haar medebewoners van Het Jongenshuis niet gegund was.
Nieuw leven in Amerika
Na de oorlog emigreert Hanna Kalter Weiss naar de Verenigde Staten waar ze een succesvolle academische carrière opbouwt, promoveert, Engels, Duits en vergelijkende literatuurwetenschappen doceert aan universiteiten en Zweedse literatuur vertaalt. Opvallend is dat ze pas in 2006 op haar 84e en ruim zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog ‘Scuds’ publiceerde. Twee jaar later overlijdt ze. Haar zus Ruth en broer Sigge zijn in Zweden blijven wonen en zijn daar overleden.

Omdat het boek helaas niet in Nederlandse bibliotheken aanwezig is en ook niet verkrijgbaar bij tweehandsboekwinkels, bol.com en amazon.com, is onderstaande reconstructie gebaseerd op wat er – met hulp van AI – op het internet te vinden over dit boek en de persoon van de auteur. Dit levensverhaal is een mix van wat er in Scuds staat en wat Simcha Looijen die het boek wél heeft kunnen lezen, uit andere bronnen heeft kunnen verifiëren. Met dank dus aan Simcha Looijen.