29 april 2026
5 min lezen

Realisatie laadplein Westervoortsedijk voor elektrische voertuigen roept steeds meer vragen op

Foto: © Arnhemsche Courant

ARNHEM – De realisatie van een laadplein voor elektrische voertuigen aan de Westervoortsedijk roept steeds meer vragen op. Wat begon met een stilgelegde sloop vanwege het ontbreken van ecologisch onderzoek, heeft zich ontwikkeld tot een breder dossier. Inmiddels staat ook de verkoop van de grond, die eigendom was van de gemeente Arnhem en waarop het laadplein moet komen, ter discussie. De verkoop aan ontwikkelaar Schipper Bosch lijkt op het eerste gezicht een logisch vervolg op eerdere afspraken. Maar wie dieper kijkt, ziet een complex verhaal waarin oude contracten, nieuwe besluiten en twijfels over gelijke kansen door elkaar lopen. De gemeente Arnhem laat aan de Arnhemsche Courant weten dat er volgens haar slechts één serieuze gegadigde was. Tegelijkertijd komen uit de markt signalen dat meerdere partijen, waaronder Shell en Transdev, interesse hadden in de grond en niet op de hoogte waren van de verkoop. Daarmee rijst de vraag: heeft iedereen wel een eerlijke kans gehad?

Van sloop naar verkoop: hoe het begon

De discussie rond de Westervoortsedijk begon niet bij de verkoop, maar bij de sloop van woningen op de locatie. Die werkzaamheden werden stilgelegd nadat bleek dat er geen ecologisch onderzoek was uitgevoerd. Dat onderzoek is nodig om vast te stellen of beschermde diersoorten, zoals vleermuizen of broedvogels, aanwezig zijn. Zonder zo’n onderzoek mogen werkzaamheden in veel gevallen niet plaatsvinden. De stillegging leidde tot kritiek vanuit de omgeving. Bewoners en ondernemers vroegen zich af hoe werkzaamheden konden starten zonder dat aan de regels was voldaan. Later bleek bovendien dat in diezelfde periode ook bomen en struiken op het terrein waren verwijderd.

Een oude deal uit 2016

De verkoop van de grond staat niet op zichzelf. De basis ligt in een overeenkomst uit 2016 tussen de gemeente Arnhem en de ontwikkelaar van het terrein, destijds Industriepark Kleefse Waard (IPKW), tegenwoordig onderdeel van Schipper Bosch. In die overeenkomst werd vastgelegd dat de gemeente meerdere percelen en woningen zou verwerven en later doorleveren aan de ontwikkelaar. Het ging onder meer om drie woningen: aan de Westervoortsedijk 77 en 78 en aan de Industriestraat. Het idee was eenvoudig: de gemeente zou de woningen opkopen, waarna de ontwikkelaar ze kon slopen en het gebied verder kon ontwikkelen. Maar in de praktijk liep dat anders. De gemeente slaagde er wel in om twee woningen te verwerven, maar de derde – aan de Industriestraat – bleef buiten bereik. Daardoor werd de oorspronkelijke afspraak nooit volledig uitgevoerd. Jarenlang bleef de situatie daardoor hangen: de grond was deels in handen van de gemeente en deels van de ontwikkelaar, terwijl verdere ontwikkeling uitbleef.

Nieuwe afspraken, nieuwe situatie

In 2025 besloten de gemeente en de ontwikkelaar de afspraken aan te passen. In plaats van drie woningen werden er nog maar twee verkocht: Westervoortsedijk 77 en 78. De derde woning moet de ontwikkelaar nu zelf proberen te verwerven. Op papier lijkt dat een logische oplossing voor een vastgelopen situatie. Maar juridisch betekent het ook iets anders: het is geen pure uitvoering meer van de oude overeenkomst, maar een aangepaste deal. Daarmee komt een belangrijke vraag naar voren: moet zo’n aangepaste verkoop opnieuw worden getoetst aan de regels voor gelijke kansen?

Verkoop zonder biedprocedure

De gemeente koos ervoor om de grond niet via een openbare biedprocedure te verkopen, maar direct aan Schipper Bosch. De gemeente Arnhem laat weten dat dit volgens de regels mag, omdat er slechts één serieuze gegadigde zou zijn. Die redenering komt voort uit het zogeheten Didam-arrest van de Hoge Raad. Dat bepaalt dat overheden bij de verkoop van grond gelijke kansen moeten bieden aan geïnteresseerden. Er is één uitzondering: als vooraf vaststaat dat er maar één serieuze partij is die in aanmerking komt, mag de gemeente rechtstreeks verkopen. In dat geval hoeft er geen biedprocedure te worden georganiseerd. Wel moet de gemeente haar voornemen tot verkoop openbaar maken, zodat andere partijen bezwaar kunnen maken. Dat gebeurde ook in dit geval.

Publicatie vlak voor kerst

De gemeente publiceerde het voornemen tot verkoop op 19 december 2025 in het gemeenteblad. Belanghebbenden kregen vervolgens twintig dagen de tijd om bezwaar te maken. De gemeente Arnhem laat weten dat daarmee is voldaan aan de verplichting om de verkoop openbaar te maken. Binnen die termijn zijn geen bezwaren ingediend. Wie bezwaar wilde maken, moest daarvoor een kort geding starten. Volgens betrokkenen is dat in de praktijk lastig te organiseren in de periode rond kerst en de jaarwisseling. De publicatie vond plaats vlak voor de feestdagen, terwijl de gemeente maandenlang de tijd had om het voornemen bekend te maken. Ook wordt het gemeenteblad volgens betrokkenen in de praktijk beperkt gelezen. Daarnaast speelde dat partijen zoals Transdev in het kader van een aanbesteding voor het openbaar vervoer op zoek waren naar een geschikte locatie aan de Westervoortsedijk. Volgens betrokkenen is het aannemelijk dat deze interesse bij de gemeente bekend was. Opvallend is bovendien dat de gemeente aan de overzijde, aan de Doctor Lelyweg, een voorkeursrecht heeft gevestigd. Dat instrument wordt doorgaans ingezet bij locaties waar juist wel interesse of ontwikkelingspotentie wordt verwacht. Dat roept de vraag op hoe dat zich verhoudt tot de stelling dat er voor de Westervoortsedijk slechts één serieuze gegadigde zou zijn geweest. Daar komt bij dat het college al op 16 december instemde met de verkoop, enkele dagen vóór de publicatie. Hoewel dat formeel is toegestaan, zolang het besluit nog kan worden teruggedraaid bij bezwaar, roept het de vraag op in hoeverre de uitkomst op dat moment nog daadwerkelijk open lag.

Meerdere geïnteresseerden melden zich

Tijdens een bijeenkomst van Ondernemersvereniging Het Broek kwam naar voren dat er wel degelijk interesse was in de locatie. Volgens aanwezigen waren er zeker vier geïnteresseerde partijen, waaronder Shell. De ligging van de grond – nabij industrie, infrastructuur en bestaande bedrijvigheid – maakt de plek aantrekkelijk voor verschillende ontwikkelingen. Het opvallende is dat deze partijen aangeven niet op de hoogte te zijn geweest van de verkoop. Daarmee verschuift de discussie van een juridische naar een praktische vraag: is het voldoende om een verkoop alleen formeel bekend te maken, of moet een gemeente er ook voor zorgen dat de markt die informatie daadwerkelijk bereikt?

Gelijke kansen of formele stap?

De kern van het Didam-arrest draait om gelijke kansen. Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. In deze zaak lijkt de gemeente zich vooral te baseren op de formele kant: er is gepubliceerd, er zijn geen bezwaren ingediend, dus de procedure is gevolgd. Maar betrokkenen stellen dat dat niet genoeg is. Als partijen niet weten dat iets te koop is, kunnen zij zich ook niet melden. En als zij zich niet melden, lijkt het alsof er maar één gegadigde is. Dat maakt de vraag des te relevanter: was hier sprake van echte mededingingsruimte, of vooral van een formele stap?

De rol van Schipper Bosch

Een belangrijk element in het verhaal is de positie van Schipper Bosch. Via het Cleantech Park bezit het bedrijf al een groot deel van de omliggende gronden. Daardoor is het logisch dat de gemeente met deze partij samenwerkt. Maar diezelfde positie roept ook vragen op. Als één private partij een groot en strategisch deel van het gebied in handen heeft, ontstaat er een vorm van afhankelijkheid. De gemeente is voor verdere ontwikkeling in belangrijke mate aangewezen op die partij. Daarbij speelt ook een bredere vraag: wat gebeurt er als deze gronden in de toekomst worden doorverkocht, bijvoorbeeld aan internationale investeerders? Dat raakt aan de vraag hoeveel regie de gemeente nog heeft over de ontwikkeling van het gebied.

Een patroon van vragen

De verkoop van de grond staat daarmee niet op zichzelf, maar past in een reeks gebeurtenissen rond dezelfde locatie. Eerst werd de sloop stilgelegd vanwege het ontbreken van ecologisch onderzoek. In diezelfde periode werden bomen en struiken verwijderd zonder dat duidelijk was of aan de ecologische voorwaarden werd voldaan. Nu roept ook de verkoop van de grond vragen op over gelijke kansen. Individueel lijken het losse gebeurtenissen, maar samen vormen ze een patroon dat vragen oproept over de manier waarop het project wordt uitgevoerd.

Wat blijft er over?

Formeel lijkt de gemeente binnen de regels te hebben gehandeld. De verkoop is gepubliceerd, er zijn geen bezwaren ingediend en er is een onderbouwing gegeven voor de keuze van één partij. Maar de praktijk laat een complexer beeld zien. Er zijn signalen van andere geïnteresseerden. Er zijn vragen over de zichtbaarheid van de verkoop. En er is een voorgeschiedenis waarin al eerder dingen misgingen. Dat maakt de Westervoortsedijk tot meer dan alleen een grondtransactie. Het is een dossier dat raakt aan grotere thema’s: transparantie, gelijke kansen en de rol van de gemeente Arnhem in samenwerking met private partijen. En juist daarom blijft één vraag hangen: was dit een eerlijke verkoop, of vooral een logische keuze binnen een gesloten systeem?

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Vorige Bericht

Groot spoorproject rond Arnhem blijkt voorlopig onhaalbaar

Laatste berichten

Ga naarBoven