ARNHEM – Arnhem betaalt jaarlijks miljoenen euro’s voor bouwtaken die het niet zelf uitvoert. Vergunningen, toezicht en handhaving liggen al jaren bij een regionale organisatie. Nu ligt de vraag op tafel: moet de stad die taken terughalen om weer zelf de regie te krijgen? Die vraag staat centraal in het rapport Grip op de Arnhemse bouwtaken. Wat op papier een technische verkenning lijkt, raakt in werkelijkheid aan een fundamentele keuze: hoeveel controle wil Arnhem over zijn eigen stad?
Een erfenis uit 2013
De situatie gaat terug tot 2013. Toen besloot Arnhem om bouwtaken onder te brengen bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Inmiddels is die organisatie samen met de Nijmeegse tegenhanger opgegaan in de nieuwe Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM), die sinds 1 januari 2026 actief is. Het idee achter die samenwerking was helder: bundel kennis en capaciteit, en zorg voor een professionele en efficiënte uitvoering. Gemeenten hoefden het wiel niet meer zelf uit te vinden. Maar samenwerking heeft een keerzijde. Wie taken uitbesteedt, levert ook een deel van de controle in.
Arnhem als grootste betaler
Dat wringt in Arnhem, meer dan elders. De stad is veruit de grootste afnemer van bouwtaken binnen de omgevingsdienst. Jaarlijks gaat het om ruim 4 miljoen euro. Daarmee draagt Arnhem ongeveer 60 procent van alle bouwtaken binnen de organisatie. In totaal betaalt de gemeente zo’n 7,5 miljoen euro per jaar aan de omgevingsdienst. Op papier heeft Arnhem daarmee invloed. In de praktijk blijft het een samenwerking met zestien gemeenten en de provincie. Besluiten worden gezamenlijk genomen. De uitvoering ligt op afstand.
Grip of gemak
Het rapport maakt duidelijk waar de keuze om draait. Blijven bij de omgevingsdienst betekent stabiliteit. De organisatie is ingericht, processen draaien, en de kosten blijven relatief beheersbaar. De verwachting is dat de kwaliteit van dienstverlening op peil blijft. Maar wie kiest voor deze route, accepteert ook dat de gemeente minder directe invloed heeft op hoe die dienstverlening wordt uitgevoerd. De andere optie is radicaler: de bouwtaken terughalen naar de gemeente zelf. Dat betekent meer grip. Kortere lijnen tussen beleid en uitvoering. Meer directe sturing door bestuur en ambtenaren. Daar staat tegenover dat Arnhem alles opnieuw moet opbouwen: personeel, systemen en organisatie. En dat kost geld.
Volgens het rapport zullen de structurele kosten naar verwachting ongeveer 10 procent hoger liggen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met eenmalige kosten van circa 2 tot 2,5 miljoen euro, bijvoorbeeld voor de overgang en reorganisatie.
Een risicovolle overgang
De grootste onzekerheid zit in de overgangsfase. Het opbouwen van een eigen organisatie kost tijd. Het rapport spreekt over een periode van twee tot drie jaar waarin de dienstverlening onder druk kan komen te staan.
Ervaringen in Nijmegen, waar de bouwtaken eerder zijn teruggehaald, laten zien wat er mis kan gaan. Daar ontstonden achterstanden en werden wettelijke termijnen niet altijd gehaald. Tegelijkertijd ervaart men daar ook voordelen, zoals kortere lijnen en betere afstemming binnen de gemeente. De les: meer grip is mogelijk, maar niet zonder risico.
Waarom juist nu deze discussie?
De timing is geen toeval. Met de fusie tot ODGM is de organisatie groter geworden. Tegelijkertijd groeit de druk op de uitvoering. Arnhem wil de komende jaren duizenden woningen bouwen. Dat vraagt om een goed functionerende vergunningverlening en handhaving. Daar komt bij dat de Rekenkamer eerder concludeerde dat de gemeente beperkte grip heeft op de uitvoering van bouwtaken. Dat voedt de discussie over de huidige constructie.
Een politieke keuze
Het college benadrukt dat het rapport een verkenning is en dat er nog geen besluit is genomen. Wel ligt er een duidelijke aanbeveling: maak op korte termijn een keuze, zodat er duidelijkheid ontstaat. Die keuze is uiteindelijk politiek. Gaat Arnhem voor samenwerking en efficiency? Of voor meer controle, met hogere kosten en risico’s in de overgang?
De discussie leeft inmiddels ook in de raad. SP-fractievoorzitter Gerrie Elfrink heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college over de uitkomsten van het rapport en de positie van Arnhem binnen de omgevingsdienst.
Volgens Elfrink bevestigt het rapport wat zijn partij al langer stelt. “Schaalvergroting en bureaucratie lossen niks op. Sinds de fusie tot ODGM heeft Arnhem juist minder grip op de bouwtaken, terwijl we als grootste gemeente circa 60 procent van de kosten dragen,” laat hij weten aan de Arnhemsche Courant. Hij wijst daarbij ook op de rol van kleinere gemeenten. “Een kleine gemeente als Rozendaal profiteert volop mee zonder echt bij te dragen – ook niet aan de broodnodige woningbouw.”
De SP pleit daarom voor een duidelijke keuze. “Arnhemmers moeten over Arnhem gaan. Wij willen dat het college nú kiest voor maximale grip en de taken terug in eigen huis. Verder uitstel is funest voor de woningbouw en leidt alleen maar tot hogere kosten.”
De komende maanden moet duidelijk worden welke kant de stad op wil.