ARNHEM – Het Arnhemse college heeft de gemeenteraad een onvolledige uitleg gegeven over de besluitvorming rond de asielopvang aan de Heijenoordseweg. Half juni beantwoordde het college vragen van BurgerBelang-raadslid Nico Wiggers over de vraag waarom de raad niet vooraf was betrokken bij het voorgenomen besluit. Volgens het college beslist B&W zelf “als een locatie geschikt is voor het realiseren van tijdelijke opvang en het geldend omgevingsplan dit toelaat”. Die werkwijze zou door de raad zijn vastgelegd in het beleidskader Arnhem, gastvrije stad 2025-2030. Maar dat beleidskader werd pas begin 2026 vastgesteld, terwijl het besluit over Heijenoord al in 2024 werd genomen.
Daar komt bij dat de locatie juridisch ingewikkelder ligt dan het college in die beantwoording deed voorkomen. Uit interne stukken die op verzoek van Forum voor Democratie-raadslid Gino Luurssen openbaar zijn gemaakt, blijkt dat de beoordeling binnen de gemeente meerdere keren veranderde. Eerst luidde de conclusie dat de opvang niet binnen het omgevingsplan paste en dat een afwijkingsvergunning nodig was. Omdat delen van het voormalige Klimmendaalterrein een groen-, water- of parkbestemming hebben en een deel van de bebouwing onder het overgangsrecht valt, kwam ook de vraag op of de gemeenteraad bindend advies moest geven. Volgens een latere interne redenering was dat niet nodig, omdat het om tijdelijke opvang zou gaan. Die voorgeschiedenis ontbrak in de eerdere antwoorden aan Wiggers.
In de voormalige gebouwen van revalidatiecentrum Klimmendaal wil het COA ruimte bieden aan 305 vluchtelingen. Het gaat om 255 reguliere opvangplekken en vijftig plekken voor alleenstaande minderjarige. De opvang moet komen op het terrein aan de Heijenoordseweg, in een groene omgeving waar ook zorg- en onderwijsfuncties aanwezig zijn.
Eerst: opvang past niet
De eerste juridische beoordeling in de vrijgegeven stukken is helder. De vraag was of de gebouwen binnen de bestaande maatschappelijke bestemming konden worden gebruikt voor opvang of huisvesting van bijzondere doelgroepen. Het antwoord daarop was volgens de interne stukken: nee. De gemeente stelde toen dat de oude maatschappelijke bestemming van het gebied wel ruimte bood voor functies als onderwijs, welzijn, zorg, cultuur, levensbeschouwing, openbaar bestuur en sport, maar niet voor de opvang van asielzoekers of andere bijzondere doelgroepen. In de beoordeling staat dat opvang niet binnen het omgevingsplan past. Daarom werd gekeken naar een BOPA, een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat is een vergunning waarmee kan worden afgeweken van het omgevingsplan.
Tijdelijk werd belangrijk
Daarna verschoof de discussie. Niet alleen de vraag of opvang mocht, maar ook de vraag wie daarover moest beslissen werd relevant. Omdat delen van het terrein een groen-, water- of parkbestemming hebben, kon de gemeenteraad mogelijk een formele rol krijgen via bindend advies. In een latere interne beoordeling werd echter geconcludeerd dat zo’n bindend advies toch niet nodig zou zijn. De reden: het zou gaan om tijdelijk afwijkend gebruik.
Met andere woorden: de opvang paste volgens de eerste beoordeling niet binnen het omgevingsplan, maar omdat het tijdelijk zou zijn, kon het college mogelijk zelf over de afwijking beslissen. Dat is een andere redenering dan het college half juni aan de raad gaf. Daarin stelde het college dat het geldende omgevingsplan de opvang toeliet en dat B&W daarom zelf kon beslissen.
Later: geen vergunning nodig
In de beantwoording aan Wiggers gaat het college nog een stap verder. Volgens het college is er helemaal geen omgevingsvergunning nodig, omdat het gebruik past binnen het omgevingsplan en de verbouwing volledig inpandig plaatsvindt. Dat heeft ook gevolgen voor omwonenden. Als er geen vergunning nodig is, is er ook geen reguliere mogelijkheid om bezwaar te maken tegen die vergunning. Het college schrijft daarom dat er geen formeel bezwaar of beroep openstaat tegen de komst van de opvanglocatie. Omwonenden kunnen alleen nog een handhavingsverzoek indienen als zij vinden dat het gebouw in strijd met de regels wordt gebruikt. Waarom de gemeente van de eerdere juridische beoordeling is afgestapt, wordt in de antwoorden aan de raad niet uitgelegd. Ook wordt niet toegelicht waarom de opvang later alsnog binnen het omgevingsplan zou passen.
Beleid uit 2026
De verwijzing naar Arnhem, gastvrije stad 2025-2030 maakt de uitleg nog opvallender. Het college gebruikte dat beleidskader om te onderbouwen dat de raad deze werkwijze zelf had vastgelegd. Alleen: het besluit over Heijenoord werd al in september 2024 genomen. Het beleidskader werd pas in 2026 door de gemeenteraad vastgesteld. Dat betekent niet automatisch dat het college in 2024 onbevoegd was. Het college kan ook op grond van andere regels of bevoegdheden hebben gehandeld. Maar in de beantwoording aan Wiggers wordt niet uitgelegd welke grondslag in 2024 gold. In plaats daarvan verwijst het college naar beleid dat toen nog niet bestond.
Wiggers wil nieuwe vragen stellen
BurgerBelang-raadslid Nico Wiggers zegt dat die volgorde hem ook is opgevallen. Hij is van plan om nadere vragen aan het college te stellen. “De volgtijdelijkheid was ons ook al opgevallen”, zegt Wiggers. “Wij zijn voornemens om hier nadere vragen over te stellen. De beantwoording is in de lijn van recht praten wat krom is. Foute boel.” Volgens Wiggers gaat het voor BurgerBelang niet alleen om de vraag of de raad vooraf aan zet had moeten zijn. Hij vindt vooral dat omwonenden veel eerder betrokken hadden moeten worden. “Wij vinden niet zozeer dat de raad aan zet had moeten komen, maar in een vroeg stadium de omwonenden. En als ik lees wat aanvankelijk de ruimtelijke toetsing opleverde, bekruipt ons toch wel het gevoel van je zin doordrijven tegen de regels in.”
Luurssen: ‘De zaak stinkt een beetje’
Forum voor Democratie-raadslid Gino Luurssen, die de interne stukken opvroeg, noemt de situatie juridisch “grijs”. Volgens hem geeft het beleidskader Arnhem, gastvrije stad het college inderdaad meer ruimte, maar is de vraag of dat bij Heijenoord zonder meer opgaat. “Het pand wordt beschikbaar gesteld aan het COA, dat het exploiteert onder de noemer maatschappelijke functie. Die uitleg vind ik te ruim”, zegt Luurssen. Volgens hem lijkt uit de stukken dat de bestemming in 2024 niet passend was voor asielopvang. “Dan zou er wel een wijziging of afwijking nodig zijn geweest, of ze hebben de maximale juridische ruimte benut om er toch onderuit te komen, bijvoorbeeld via de Omgevingswet. Hoe het ook zij, de zaak stinkt een beetje wat mij betreft.”
Bewoners pas na besluit geïnformeerd
Dat bewoners en raad pas na het besluit werden geïnformeerd, was al bekend. Het college erkende in juni zelf dat er vooraf geen burgerparticipatie heeft plaatsgevonden. Omwonenden werden pas geïnformeerd nadat het besluit al was genomen. Daarna volgden informatieavonden en werd een klankbordgroep ingesteld. Maar die klankbordgroep heeft geen formele bevoegdheden. Bewoners kunnen signalen afgeven en adviseren over de uitvoering, maar de komst van de opvanglocatie zelf staat voor het college niet meer ter discussie.
Ook over de omgeving van het terrein zijn vragen gesteld. Het gebied ligt niet op een willekeurige plek in de stad, maar op en rond een voormalig zorgterrein met groen, onderwijs en zorginstellingen in de directe omgeving. Het college zegt dat met onder meer de aanwezigheid van een basisschool en zorginstellingen rekening is gehouden. Een schriftelijke veiligheids- of omgevingsanalyse is er volgens het college niet.
Geen bewijs van onrechtmatig handelen
De openbaar gemaakte stukken bewijzen niet dat het college onrechtmatig heeft gehandeld. Een juridische beoordeling kan tijdens een project veranderen. Ook kan het college bevoegd zijn om zelfstandig over een tijdelijke opvanglocatie te beslissen.
Maar de stukken laten wel zien dat de uitleg aan de raad onvolledig was. De raad kreeg half juni te horen dat het omgevingsplan de opvang toeliet en dat de werkwijze paste binnen het door de raad vastgestelde beleid. Niet vermeld werd dat eerder juist was geconcludeerd dat opvang niet binnen het omgevingsplan paste. Ook werd niet uitgelegd waarom die beoordeling later veranderde.
Daar komt bij dat het college verwees naar een beleidskader uit 2026, terwijl het besluit over Heijenoord al in 2024 werd genomen. Daarmee werpen de nu vrijgegeven stukken nieuw licht op de manier waarop het college de raad en omwonenden buiten de oorspronkelijke locatiekeuze hield.
Vraag: Moet het besluitvormingsproces niet eerst tot op de bodem worden geanalyseerd op merites als rechtmatigheid en doelmatigheid voordat men verder kan gaan met uitvoering?
Helemaal mee eens. Ik herken het gevoel van buiten gesloten te zijn in deze besluitvorming met toch grote maatschappelijke inpak op wijkniveau.
Dit voelt voor mij niet als democratie. Hoor ook dat andere gemeenten er zeker anders mee omgaan. Lijkt arnhemse ( buitensluit) politiek te zijn.