23 september 2026
3 min lezen

Plaquette onthuld bij Het Jongenshuis. Burgemeester Marcouch: “Als niemand tegenspreekt, krijgt haat ruimte.”

Jaap Clifford, Tripp Amdur en Ahmed Marcouch onthullen de plaquette bij het voormalige Jongenshuis. Foto Henk Donkers

Vanochtend is onder grote publieke belangstelling de plaquette onthuld die de herinnering levend moet houden aan ruim honderd vermoorde Joden, vooral jongeren. Zij woonden voor hun deportatie in Het Jongenshuis zoals Villa Marguerite destijds genoemd werd. De villa stond op de plek tussen de huidige ingang Sonsbeekzijde van het station en het Cito. Burgemeester Ahmed Marcouch, Jaap Clifford van de Stichting Stolpersteine Arnhem en Tripp Amdur, die de kosten van het monument voor zijn rekening nam, verrichtten de onthulling. Daarna vond op het Stadhuis de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomst plaats ter gelegenheid van de plaatsing van Stolpersteine. Later in de middag werden er 36 geplaatst op tien adressen. Burgemeester Marcouch hield een toespraak.

(tekst Henk Donkers)

Foto Henk Donkers

Link naar de actualiteit

Marcouch legde in zijn toespraak in het stadhuis een link met de actualiteit zoals de extreemrechtse demonstratie op het Malieveld afgelopen zaterdag waarbij antisemitische leuzen werden geroepen en neonazistische symbolen en gebaren te zien waren. Daarnaast verwees hij – zonder dit expliciet te noemen – naar het recente rapport van AIVD en NCTV. Deze veiligheidsdiensten waarschuwen voor de normalisering van extreemrechtse ideeën en taalgebruik waardoor geweldsbereide personen zich gelegitimeerd voelen om daadwerkelijk in actie te komen om de democratische rechtsorde af te breken en een witte etnostaat te stichten. “Het begint met ontmenselijkende woorden”, aldus de burgemeester. “Als niemand tegenspreekt, volgt uitsluiting. En als ook daar niemand tegen opstaat, kan uitsluiting omslaan in vervolging en geweld. Zo krijgt haat ruimte.”

Hier woonde een mens

Een Stolperstein is voor Marcouch niet slechts een herinneringsplaatje met een naam, en een geboorte- en sterftedatum en -plaats. “Er staat eerst: ‘Hier woonde…’.”, aldus Marcouch. “Misschien zijn dat wel de belangrijkste woorden op de steen. Hier, op de plek waar je nu staat, woonde iemand. Een mens. Met een naam en een gezicht. Hier werd gegeten, gelachen, ruziegemaakt. Hier kwamen vrienden over de vloer. Vanuit deze huizen gingen mensen naar school en naar hun werk. Ze deden boodschappen, kenden hun buren, kwamen bekenden tegen op straat. Ze maakten deel uit van buurten, van straten, van het dagelijks leven van Arnhem. Ze woonden niet alleen in deze stad. Ze hoorden bij deze stad. Tot ze eruit werden weggerukt.”

Gedachteloosheid

Rode draad in de toespraak van Marcouch was de idee van ‘de banaliteit van het kwaad’ van Hannah Arendt. De misdaden die Adolf Eichmann beging – de deportatie van honderdduizenden Joden naar getto’s en vernietigingskampen – waren monsterlijk, maar schokkend was volgens Ahrendt vooral de gedachteloosheid waarmee hij bevelen opvolgde, regels toepaste en aan plichten voldeed. Dat betekent volgens haar niet dat Eichmann dom was. Allerminst. Hij kon uitstekend bedenken hoe hij de deportaties efficiënt kon organiseren. Wat ontbrak was het vermogen zich te verplaatsen in de mensen die hij liet vervoeren. Hij zag de deportaties als een logistieke operatie. De mensen die hij liet deporteren waren voor hem ‘niets meer dan kralen op een telraam’. Hij kon dit doen omdat het voor hem geen mensen waren die hij vervoerde, maar nummers of gevallen. En daar wordt het kwaad banaal en huiveringwekkend, aldus Ahrendt. 

Ontmenselijking

“Daarom grijpen struikelstenen mij zo aan”, aldus Marcouch. “Joden werden door het nazi-regime stap voor stap ontmenselijkt. Hun rechten werden afgepakt, hun vrijheid werd ontnomen. Hun wereld werd steeds kleiner. Tot ze niet meer als buren, collega’s of kinderen werden gezien, maar als een categorie die moest verdwijnen. Struikelstenen maken dat niet ongedaan, maar laten ons wel de mensen zien achter het dodental. Want op struikelstenen staat niet alleen waar iemand is vermoord. Er staat eerst: Hier woonde…” 

Het enige wat telde was dat ze Joods waren

Marcouch noemde niet de meer dan honderd namen van de vermoorde Joden uit Het Jongenshuis, maar wel die van de 36 Joden die vandaag een Stolperstein kregen. Onder die 36 zitten Salomon Koppel, een kind van nog geen jaar oud dat nauwelijks de kans gekregen heeft iemand te worden, Alexander Louis de Lime, een jongen van elf en Jacob Goldsmit, een man van zeventig. “Het enige wat telde”, aldus Marcouch, “was dat ze Joods waren. Salomon was geen baby meer, Alexander geen scholier, Jacob geen oude man met een heel leven achter zich. Het waren vijanden geworden die moesten verdwijnen.” 

Meedoen en wegkijken

Hoe kon het gebeuren dat ze er op een dag niet meer waren? Marcouch: “Dat kon gebeuren omdat mensen meededen. Maar ook omdat mensen wegkeken. Omdat ze dachten: dit gaat niet over mij.”

“Niets ontslaat ons van de plicht de mens in elkaar te blijven zien. Zodra we ophouden de mens in de andere te zien, verliezen we niet alleen hem of haar uit het oog. Dan verliezen we ook een deel van onze eigen menselijkheid”, aldus Marcouch.   

Foto Henk Donkers

 

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Vorige Bericht

Opvallend kunstwerk in centrum van Arnhem vraagt aandacht voor ongeneeslijk zieken

Laatste berichten

Ga naarBoven