29 augustus 2026
4 min lezen

“De Mannen van Bronbeek”

‘De mannen van Bronbeek’ (vlnr): Hazeleger (Amersfoort 1929), Addink (Terborg, 1933), Boes (Oss, 1929) en Van der Veer (Leiden, 1926).

Extra voorstellingen in Filmtheater Focus

Veel Arnhemmers kennen Bronbeek wellicht, maar niet de geschiedenissen van de veteranen die er wonen. Joas Burggraaf maakte een film over vier van hen. De oudste is bijna 100, de jongste 93. Hun levens werden gevormd door oorlogen. Eerst de Tweede Wereldoorlog die ze als jongens meemaakten, later de oorlogen in Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en Korea waar ze als militair heen gestuurd werden. Zij zijn de laatsten die er uit eigen ervaring nog over kunnen vertellen. Vanwege de grote belangstelling heeft Filmtheater Focus, waar de film op 17 juni in première ging, drie extra voorstellingen van ‘De Mannen van Bronbeek” gepland op 29 augustus en 12 en 17 september.

(Tekst Henk Donkers, foto’s Sagas Films)

Regisseur Joas Burggraaf en zijn team volgden de vier mannen bijna een jaar lang in hun habitat, het militaire tehuis Bronbeek waar alleen oud-militairen van hun oude dag kunnen genieten en een commandant in uniform de baas is. Ook de veteranen hebben nog vaak hun uniform aan, bijvoorbeeld bij herdenkingen en uitvaarten. Voor zover ze dat nog kunnen – en velen kunnen dat nog – springen ze op commando in het gelid en salueren ze met rechte rug. Burggraaf brengt het allemaal in beeld. Hij filmt hun dagelijks leven, de herdenkingen en de uitstapjes. Maar centraal staan de verhalen over hun levens, hoe ze van oorlogsjongen een Bronbeek-veteraan werden.

Alle vier hebben ze levendige herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Addink herinnert zich hoe de Duitsers de Achterhoek binnentrokken en hoe ’s nachts bommenwerpers overvlogen op weg naar Duitsland. Als aangeschoten vliegtuigen uit de formatie raakten en soms brandend naar beneden stortten, maakte dat diepe indruk op hem. Een ander die vlakbij het station woonde, herinnert zich de aanvallen van geallieerde jachtvliegtuigen op de treinemplacementen.

Ook aan de bezetting, de Jodenvervolging, het verzet, de razzia’s, de onderduik en de Hongerwinter hebben ze levende herinneringen. Een van de mannen miste opeens een Joods schoolvriendje. Hazeleger zag gevangenen van Kamp Amersfoort voorbijtrekken naar een plek waar ze een schietbaan moesten graven. Onder de dwangarbeiders veel Joden. Van hen namen Hazeleger en zijn vriendjes door het hek briefjes aan voor het thuisfront. Ze kochten postzegels en deden de briefjes op de post. Ze beseften niet wat hun boven het hoofd hing als ze gesnapt zouden worden. 

Veteraan Does

Een van de aangrijpendste verhalen is dat van Boes. Hij hield tijdens de hongerwinter een dagboek bij dat hij zijn hele leven bewaarde maar nooit meer las. Voor deze film haalt hij het tevoorschijn. Op 17 februari 1945 beschrijft hij hoe hij ’s morgens opstond, wat tarwekorrels probeerde te malen, duizelig werd, uitgeput weer op bed gaat liggen, niet meer in staat nog helder na te denken. Hij raakt geëmotioneerd als het voorleest. 

De oorlog was de tijd waarin deze jongens jongemannen geworden waren en de bevrijding was een scharnierpunt in hun leven. Hazeleger vertelt hoe hij als zeventienjarige jonge vrouwen achter op Amerikaanse en Canadese pantservoertuigen zag meerijden. Het militaire leven leek hem wel wat. Hij besloot in dienst te gaan en werd in 1952 uitgezonden naar Korea.

Veteraan Hazeleger

Hij vertelt hoe ze daar aan het front vrijwel permanent onder de grond in geïmproviseerde stellingen leefden, hoe ze door de mijnenvelden van de ene naar de andere stelling liepen en daarbij exact een aangegeven route moesten volgen om niet opgeblazen te worden. De Chinese militairen kenden die routes niet, liepen dwars door de mijnenvelden heen en vlogen de lucht in. Hazeleger lag negentig dagen onafgebroken in de voorste frontlinie en zag daar hoe Amerikaanse vliegtuigen fosforbommen afwierpen op vijandelijke stellingen. Hele gebieden stonden in brand. Hij dacht aan de mannen die zich daar op en onder de grond bevonden. Hij had met hen te doen. En op de laatste dag voor de wapenstilstand sneuvelden vlak voor zijn stelling twee van zijn vrienden vlak. Hij was ontdaan door hun dood op een moment dat de oorlog eigenlijk voorbij was.

Addink, Boes en Van der Veer vertellen vergelijkbare verhalen over hun uitzendingen naar Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Ze vertellen er ingetogen en feitelijk over, ze hangen geen heldenverhalen op. Naast hun verhalen heeft Burggraaf gelukkig zwart-wit-beelden gemonteerd – vaak uit Polygoon-journaals zoals die destijds in bioscopen vertoond werden –  zodat de kijker zich een beeld kan vormen van de situaties destijds.

Na hun uitzending keren ze terug naar Nederland. Sommigen met vertrouwen in de toekomst, maar velen met gemengde gevoelens. Hun leeftijdgenoten hebben een opleiding gevolgd en bouwen een carrière op. Ze hebben het gevoel dat zij door hun uitzending als militair een achterstand hebben opgelopen. “Wij mogen de kruimels oplikken”, zegt een van hen.

Ze slaan zich er echter allemaal doorheen, de een met meer succes dan de ander. Aan hun tijd als militair hebben ze wel te danken dat ze hun laatste levensfase mogen doorbrengen op Bronbeek. Voor de een was het daar erg wennen, de ander voelt zich er meteen thuis en een derde vraagt zich af waar hij het verblijf in dit “paradijs” aan verdiend heeft.De film laat zien dat Bronbeek niet zomaar een woonvoorziening voor ouderen is maar een gemeenschap van mensen die een militair verleden met elkaar delen. Het dagelijkse leven is ervan doordrenkt met de vele ceremonies, herdenkingen, bezoeken van veteranen en contacten met jongere generaties. De bewoners halen hun uniformen met onderscheidingen regelmatig uit de kast. In het jaar dat de film werd opgenomen overlijdt Van der Veer, de oudste van ‘de mannen’, die net geen 100 wordt. De film eindigt met de bijzetting van zijn urn in de urnenmuur van Bronbeek. Deze ceremonie symboliseert het afscheid van een verdwijnende generatie.

Joas Burggraaf (links) aan het werk met zijn veteranen.

Het respectvol en indringend portretteren van die verdwijnende generatie door onopgesmukt de verhalen te vertellen van de mensen die het meegemaakt hebben (oral history) is de sterke kant van de film. Dat heeft Burggraaf met zijn team mooi en goed gedaan. Wat wel ontbreekt is een historische of politieke duiding van de oorlogen in Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en Korea. Wellicht moet je negentigjarigen niet willen vragen hoe ze daar achteraf op terugkijken, maar in begeleidende beelden en teksten had wel enige historische en politieke context gegeven kunnen worden.

Het was echter een bewuste redactionele keuze om geen politieke en historische analyse te maken van de conflicten waarin deze mannen gediend hebben; dat zou een ander onderwerp geweest zijn en een andere documentaire hebben opgeleverd. Doel was persoonlijke getuigenissen vast te leggen van een vrijwel verdwenen generatie die uit eigen herinnering vertelt wat ze als kind hebben meegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarom ze later militair werden, wat ze hebben meegemaakt tijdens hun uitzendingen naar conflictgebieden en hoe ze daar op hoge leeftijd op terugkijken. Ze wilden er niet achteraf een hedendaagse politieke interpretatie overheen leggen. Die keuze is te billijken. ‘De mannen van Bronbeek’ worden – zoals gezegd – respectvol, indringend, feitelijk en onopgesmukt geportretteerd.

Militair tehuis Bronbeek aan de Velperweg.

1 Comment Geef een reactie

  1. ik ben blij dat eea op deze integere manier gefilmd cq gedocumenteerd is zonder een zgn onafhankelijke documentairemaker die dan toch weer eea gaat bekijken met het brilletje van nu op.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Vorige Bericht

Gemeente Arnhem zoekt gastgezinnen voor nieuwkomers

Volgende Bericht

Arnhem Centraal wil haast met nieuwe regels begeleid wonen na incidenten in studentenhuis

Laatste berichten

Ga naarBoven