10 september 2026
7 min lezen

Ehrenfriedhof Zypendaal: het vergeten Duitse ereveld

Begrafenis van gesneuvelde hoge Duitse militair op Ehrenfriedhof Zypendaal. Foto Gelders Archief 1560-4696

In de hoek van de Schelmseweg en Deelenseweg lag – in wat nu een stuk bos is – vlakbij Burgers’ Zoo acht jaar lang een grote Duitse militaire begraafplaats. Nu herinnert (bijna) niets daar nog aan. Alleen wie weet dat hier ooit een Duits ereveld lag, ziet er nog wat overblijfselen van. Toch herbergt deze plek een geschiedenis die meer bekendheid verdient. De bewoners van landgoed Gulden Bodem, het echtpaar Von der Goltz-Brantsen, faciliteerden de begraafplaats destijds. Welke geschiedenis gaat er schuil achter dit stukje bos?

(tekst Henk Donkers)

Misschien bent u wandelend, hardlopend of op de mountainbike wel eens de Schelmseweg overgestoken naar de Deelenseweg en meteen daarna bij de witte slagboom links afgeslagen de bossen van Schaarsbergen in. Mogelijk is u opgevallen dat de weg vol puin zit en heeft u zich afgevraagd waarom. Ik liep hier vorig jaar met Hans Timmerman, bibliothecaris van het Erfgoedcentrum van Rozet en Tweede Wereldoorlogspecialist. Volgens hem zijn het restanten van de verharde toevoerweg naar het voormalige Ehrenfriedhof Zypendaal.

Hans Timmerman bij de slagboom van de voormalige toegangsweg. Foto Henk Donkers

Metaaldetector

In 1980 kochten Hans en zijn broer Dick een metaaldetector waarmee ze de bossen rond Arnhem afzochten naar overblijfselen uit de Tweede Wereldoorlog. Min of meer per ongeluk kwamen ze ook in dit stuk bos terecht. Ze vonden hier een Duitse helm, een half identiteitsplaatje, enkele zinken Duitse munten en het beslag van een doodskist. Ze bleken achtergebleven te zijn nadat gesneuvelde Duitse militairen die begraven waren op Ehrenfriedhof Zypendaal, herbegraven waren op de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn (Limburg). 

Op het verharde weggetje na zijn zowat alle sporen van het Ehrenfriedhof uitgewist. Er is ook geen bordje dat herinnert aan de Duitse dodenakker. Nadat alle ongeveer 1.750 graven geruimd waren in 1948 en 1949 en de stoffelijke resten waren overgebracht naar Ysselsteyn voor de herbegrafenis, is het terrein beplant met douglassparren die inmiddels allang volgroeid zijn. Aan de oudere bomen langs de paden herkende Timmerman de contouren van het voormalige Ehrenfriedhof nog precies. We liepen er samen omheen. Onderweg wees hij op oneffenheden in het landschap die zijn overgebleven na de opgravingen. Een kenner als Hans zag ook de sporen van vroegere grafrijen nog. Welke geschiedenis gaat er schuil achter dit stukje bos?

Aan de beplanting – de kronen van de douglassparren in het midden – zijn de contouren van het voormalige Ehrenfriedhof te herkennen. Google Earth.

Soldatenbegraafplaats

Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Diezelfde dag nog marcheerden Duitse troepen Arnhem binnen, want de tegenstand van Nederlandse soldaten in Fort Westervoort was snel gebroken. De Duitse strijdmacht zou op het Willemsplein welkom geheten zijn door Karl Leopold Eugen Graf von der Goltz, die daar in generaalsuniform zijn opwachting gemaakt zou hebben. Hij was de echtgenoot van barones Alwina Brantsen. Ze woonden in het Jachthuis op landgoed Gulden Bodem. Foto’s als bewijs van de verwelkoming zijn er echter niet. 

Het beschikbaar gestelde terrein bij de kruising van de Schelmseweg en Deelenseweg werd volgens Duitse voorschriften voor een Ehrenfriedhof ingericht als een Waldfriedhof. Het werd beplant met jonge dennen en omzoomd met berken en een hekwerk van berkenstammetjes. Het bospad ernaartoe werd verhard. De begraafplaats werd door de Duitsers Ehrenfriedhof Zypendaal genoemd.

Militair ceremonieel

Gesneuvelde Duitsers werden er met militaire eer begraven. Bij hoge militairen (zoals enkele bekende nachtjagerpiloten van Fliegerhorst Deelen, onder wie twee prinsen) werd de rouwstoet voorafgegaan door een muziekkorps en werden er saluutschoten gelost. Dan gaf ook Graaf Von der Goltz acte de présence, gekleed in zijn generaalsuniform van het keizerlijke leger met de Pruisische piekhelm op zijn hoofd. Op 15 maart, de jaarlijkse Heldengedenktag, liet hij er heimelijk een krans plaatsen buiten medeweten van zijn vrouw. Rentmeester Tiemens moest bij smid Matser in Schaarsbergen dan een ijzeren hoepel laten maken die boswachter Jansen optuigde met dennengroen en bloemen. De krans moest ongezien op het Ehrenfriedhof worden afgeleverd en op de rekening van de smid moest staan dat het ging om de reparatie van hekwerk.

Snel vol

Alwina Brantsen werd op haar wenken bediend, want in mei 1942 was de begraafplaats nagenoeg vol en moest deze uitgebreid worden met een tweede grafveld. Snel na het begin van de Slag om Arnhem in september 1944 toen er nog 150 Duitsers begraven werden ook dit veld vrijwel vol. Soldaten werden toen ook niet meer begraven met het gebruikelijke ceremonieel. De vele Duitsers die daarna sneuvelden werden ook niet meer op het Ehrenfriedhof begraven maar in veldgraven op de plek waar ze omkwamen, net als gesneuvelde Britten. Een uitzondering was generaal-majoor Kussin die samen met drie ondergeschikten in zijn dienstauto door Britse parachutisten werd doodgeschoten bij Oosterbeek. Hij en zijn medepassagiers kregen eerst een veldgraf in Oosterbeek, maar werden enkele dagen later alsnog begraven op het Ehrenfriedhof. 

Von der Goltz, die de Tweede Wereldoorlog beschouwde als revanche voor de nederlaag tijdens de Eerste, kon een mogelijk tweede Duitse nederlaag niet verkroppen. Hij pleegde, toen de Britse luchtlandingen in volle gang waren, in de nacht van 17 op 18 september zelfmoord door het slikken van een overdosis pillen. Tegen zijn vrouw had hij gezegd dat hij veel last van kiespijn had. Door de hevige gevechten kon hij niet begraven worden op Vredeoord in Schaarsbergen, maar kreeg hij een graf aan de rand van het gazon op landgoed Gulden Bodem. Daar bleef hij liggen tot 1957 toen zijn vrouw overleed en begraven werd op Vredeoord. Daar is hij toen herbegraven.

‘Moffenkerkhof‘

Na de bevrijding verloor het Ehrenfriedhof meteen zijn status. Het werd een ‘moffenkerkhof’. Het raakte in verval, maar niet in onbruik. Het Arnhemse gemeentebestuur (en dat van de gemeente Renkum) zag zich voor twee problemen geplaatst. Op heel veel plekken, in tuinen, plantsoenen en langs wegen waren veldgraven van Duitse en Britse gesneuvelden. Die moesten geruimd worden. De Britten konden naar de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek, maar waar moest men met de Duitsers heen? Naar het voormalige Ehrenfriedhof? Alwina Brantsen weigerde ook maar één vierkante meter beschikbaar te stellen voor de noodzakelijke uitbreiding. Toch werden de Duitsers hier herbegraven. Op het bestaande terrein. Op de paden en tussen bestaande graven werden nieuwe graven gedolven en ook werden soldaten in dubbelgraven boven elkaar herbegraven. Dat waren er alles bij elkaar zo’n duizend.

Herbegravingen

In 1946 besloot de Dienst Identificatie en Berging (de latere Gravendienst) om alle in Nederland gesneuvelde Duitse soldaten te herbegraven op één centrale begraafplaats in Ysselsteyn. Alwina Brantsen die nog steeds eigenaar was van de grond, had bij de gemeente herhaaldelijk aangedrongen op opheffing van de begraafplaats. In augustus 1948 werden hier de eerste stoffelijke overschotten opgegraven en overgebracht naar Ysselsteyn, in februari 1949 de laatste. Voor nogal wat Duitsers was het de tweede herbegrafenis. 

De Dienst Identificatie en Berging liet hierbij nogal wat steken vallen. De begraafplaats was een rommeltje en door slordigheden zijn er veel gegevens verloren gegaan die de identificatie bemoeilijkten. Zo vonden Tweede Wereldoorlog-archeologen als Hans Timmerman op het voormalige Ehrenfriedhof tientallen jaren later nog vele identificatieplaatjes en liggen er in Ysselsteyn, waar 31.813 soldaten er hun laatste rustplaats gevonden hebben (onder wie 550 Nederlanders, veelal Waffen-SS’ers), nog ongeveer 6.000 niet-geïdentificeerde Duitsers begraven als ‘Ein Deutscher Soldat’. 

Anonieme graven

Hans Timmerman bij het voormalige Ehrenfriedhof Zypendaal. Foto Henk Donkers

Hans Timmerman heeft er in zijn vrije tijd een persoonlijk project van gemaakt om de identiteit vast te stellen van gesneuvelde Duitse soldaten die anoniem begraven zijn. Daarnaast zocht hij samen met zijn broer Dick en mede-onderzoeker David van Buggenum naar vermiste militairen in Oosterbeek. Soms was hij bij een vondst aanwezig, soms niet. 

In 1985 vond zijn broer Dick met een metaaldetector op de Ginkelse Heide het stoffelijk overschot van de vermiste 19-jarige William John Allen die was omgekomen bij de luchtlandingen in september ’44. In 1989 werd hij in aanwezigheid van zijn familie plechtig begraven op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek. In 1988 was hij erbij toen in Wilp het stoffelijk overschot gevonden werd van de Duitse soldaat Franz Gross die in 1945 was omgekomen bij de bevrijding van Nederland. In 1993 vond hij met Van Buggenum en een andere vriend, Robert Markus, de resten van twee vermiste Britse parachutisten (Ernest Ager, 23 en Douglas Lowery, 21) die begraven waren in een voortuin aan de Van Lennepweg in Oosterbeek. Ze werden met militaire eer herbegraven op de Airborne Begraafplaats. In 2008 deed hij op de Westerbouwing in Oosterbeek mee aan de zoektocht naar de resten van de vermiste Britse korporaal Eric Meling. De stoffelijke resten die Van Buggenum vond bleken echter van de Duitse marinesoldaat Johann Grabowski te zijn. Zijn identiteit kon worden vastgesteld op basis van een gouden trouwring, polshorloge, uniformknopen en identiteitsplaatje.

Duitse onderscheiding

Op basis van veld- en archiefonderzoek heeft Timmerman, die een enorme database heeft aangelegd met gegevens van gesneuvelde militairen, bijgedragen aan de identificatie van heel wat gesneuvelde Duitse soldaten die in Ysselsteyn anoniem begraven lagen als ‘Ein Deutscher Soldat’. Ze kregen daarna een naamplaatje op hun kruis. In 2010 ontving hij voor zijn inzet een Duitse onderscheiding. “Iedere gesneuvelde soldaat heeft recht op een graf met zijn naam erop”, aldus Timmerman. “Voor nabestaanden is het een enorme geruststelling als hun identiteit is vastgesteld.”    

De ‘Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge’, sinds 1976 beheerder van de begraafplaats in Ysselsteyn, werkt nog steeds aan de identificatie, tegenwoordig met moderne technieken als DNA- en isotopenonderzoek. Desondanks liggen er nog duizenden niet-geïdentificeerde soldaten begraven.

Op 25 september houdt Hans Timmerman voor het Arnhems historisch Genootschap Prodesse Conamur een lezing over gewonde en gesneuvelde Duitse militairen tijdens de Slag om Arnhem. De bijeenkomst vindt van 20 tot 22u plaats in wijkcentrum Bakermat, Izaak Evertslaan 11 in Arnhem.

2 Comments Geef een reactie

  1. Het vml. ‘Ehrenfriedhof Zypendaal’: of die Duitsers ‘ehrenvol’ gesneuveld zijn is maar de vraag. Ze verdedigden het misschien meest abjecte regime uit de geschiedenis – ik hou even een slag om de arm vanwege Djengis khan. Dat zorgde voor onnoemelijk, voortdurend leed in bezet Europa. Heel veel joden (Hongarije, Eichmann!) en andere gevangenen van de Nazi’s zouden overleefd hebben, als die duitse soldaten niet zo fanatiek en tot het laatst ‘hun land’ hadden verdedigd. Het lot van de Nazi-slachtoffers interesseerde ze niets. Ik ben fel tegen de huidige tendens van het gelijkschakelen van duitse en japanse oorlogsdoden – het woord slachtoffers krijg ik niet over mijn lippen – met geallieerde gesneuvelden. Net zo min als ik russische gevallenen in de Oekraïnse oorlog gelijk wil stellen aan Oekraïnse slachtoffers.
    Als mens heb je de plicht je te oriënteren op de politieke situatie en je handelen daar op af te stemmen , rekening houdend met wat voor gevolgen dat kan hebben voor mensen die niet jouw mening delen. Dooddoeners als ‘ ze doen in Den Haag maar wat, ik heb niks te vertellen’ zijn zwaar onvoldoende. Dat werkt populisme in de hand en waar de ‘dictatuur van het volk’ toe kan leiden hebben we gezien in Duitsland, Rusland en China. Massamoorden op mensen die niet in het ideaalbeeld van het regime passen. Ook wij, in onze tijd, moeten oppassen: geestelijke gemakzucht is de dood van de democratie. Zonder tegengas gaan populisten steeds verder en worden extremer: zie ‘Ongehoord Nederland’.
    Dan ben ik het oneens met het terugsturen van het lijk van Mladic naar Servië. Daar gaat hij vereerd worden als held, terwijl hij het verdiend om in de vergetelheid te verdwijnen. Een anoniem graf of crematie in Nederland was juist geweest. Zijn duizenden slachtoffers zijn ook in anonieme massagraven verstopt en pas jaren later ( of helemaal niet) teruggevonden.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Vorige Bericht

Arnhem vindt Theater Het Hof ‘te klein’, maar SLAK wil theater op huidige plek behouden

Volgende Bericht

Vitesse haalt ervaren spits Jeredy Hilterman: 70 goals in 214 wedstrijden

Laatste berichten

Ga naarBoven