ARNHEM – Baby’s in Arnhem hebben vaker te maken met problemen rond de geboorte dan gemiddeld in Nederland. Het sterftecijfer rond de geboorte ligt hoger en ook worden in Arnhem iets meer kinderen te vroeg of met een laag geboortegewicht geboren. Dat blijkt uit onderzoek van Erasmus MC en TU Delft.
De onderzoekers bekeken ruim 1,1 miljoen zwangerschappen in Nederland. Daaruit blijkt dat baby’s in kwetsbare wijken vaker te vroeg worden geboren, vaker een lager geboortegewicht hebben en vaker rond de geboorte overlijden. Volgens het onderzoek spelen daarbij niet alleen persoonlijke omstandigheden van ouders een rol, maar ook de omgeving waarin zij wonen.
Denk aan armoede, stress, slechte woonomstandigheden, hitte, energiearmoede, luchtvervuiling, geluidsoverlast en beperkte toegang tot zorg en voorzieningen. Arnhem-Oost staat in het onderzoek op de lijst met kwetsbare gebieden.
Arnhem scoort slechter dan landelijk
Arnhem Centraal wilde van het college weten wat het onderzoek voor Arnhem betekent. Uit de beantwoording blijkt dat Arnhem op meerdere punten slechter scoort dan het landelijk gemiddelde.
In 2024 lag het sterftecijfer rond de geboorte vanaf 24 weken zwangerschap in Arnhem op 6,7 per 1.000 geboorten. Landelijk was dat 4,7 per 1.000 geboorten. Ook werden in Arnhem iets meer kinderen te vroeg of met een laag geboortegewicht geboren: 167,5 per 1.000 geboorten, tegenover 160,9 landelijk.
Het sterftecijfer is bovendien gestegen ten opzichte van 2017. Toen ging het in Arnhem om 4,3 per 1.000 geboorten. Bij vroeggeboorte en laag geboortegewicht is het beeld stabieler. Dat cijfer lag in 2017 op 167,8 per 1.000 geboorten en in 2024 op 167,5.
Geen cijfers per wijk
Hoewel Arnhem-Oost in het onderzoek als kwetsbaar gebied wordt genoemd, kan het college niet zeggen hoe de geboorte-uitkomsten per Arnhemse wijk precies verschillen. Die cijfers zijn volgens de gemeente niet op wijkniveau beschikbaar.
Wel erkent het college dat in Arnhem-Oost vaker sprake is van een stapeling van kwetsbare omstandigheden. De gemeente noemt onder meer armoede, stress, minder gunstige woonomstandigheden en beperkte toegang tot zorg en voorzieningen. Die factoren kunnen volgens het college bijdragen aan minder gunstige geboorte-uitkomsten.
Daarmee wijst het college niet één wijk of één oorzaak aan. De kern is breder: de gezondheid van een kind begint niet pas in de spreekkamer of bij de bevalling, maar wordt ook beïnvloed door de woning, de buurt en de omstandigheden waarin ouders leven.
Wat doet Arnhem hier al tegen?
Arnhem werkt sinds 2018 met het programma Kansrijke Start. Daarmee probeert de gemeente samen met zorgverleners en andere partners kwetsbare zwangeren en jonge gezinnen eerder in beeld te krijgen en beter te ondersteunen.
In Arnhem-Oost gebeurt daarnaast extra werk via het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Daar wordt gekeken waar aanvullende hulp nodig is voor aanstaande ouders en jonge kinderen. Ook zijn er extra consultatiebureaulocaties geopend in Malburgen en De Geitenkamp.
De gemeente noemt daarnaast woonomstandigheden als aandachtspunt. Zo wordt gekeken hoe problemen als energiearmoede en ongezonde woningen eerder kunnen worden gesignaleerd, bijvoorbeeld via verloskundigen.
Geen nieuw plan na onderzoek
Opvallend is dat het college de bestaande plannen niet direct aanpast naar aanleiding van het nieuwe onderzoek. Volgens de gemeente sluiten de uitkomsten aan bij wat Arnhem al doet.
Wel wil het college de komende jaren beter volgen hoe de situatie zich ontwikkelt. In de meerjarenvisie Kansrijke Start 2027-2030 moet monitoring een grotere rol krijgen. Daarmee moet duidelijker worden of de inzet ook daadwerkelijk verschil maakt.
Voor Arnhem Centraal laten de antwoorden vooral zien dat de problemen rond geboorte niet losstaan van grotere problemen in de stad. Wie wil dat kinderen gezonder ter wereld komen, moet volgens die lijn niet alleen naar zorg kijken, maar ook naar armoede, wonen en leefomgeving.