ARNHEM – Rabobank wordt de nieuwe hoofdpartner van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Beide partijen hebben een samenwerkingsovereenkomst voor drie jaar ondertekend. De samenwerking richt zich onder meer op duurzaamheid, energie, voedseltransities en jongeren.
Het Nederlands Openluchtmuseum noemt de samenwerking een logische stap vanwege de gedeelde maatschappelijke en historische achtergrond van beide organisaties. Volgens het museum zijn zowel Rabobank als het Openluchtmuseum sterk verbonden met de Nederlandse samenleving en regionale gemeenschappen.
Samenwerking rond duurzaamheid en jongeren
Binnen het partnerschap gaan Rabobank en het Openluchtmuseum samenwerken aan projecten die bijdragen aan verduurzaming. Daarbij ligt de focus op thema’s als energie, voedsel en het toegankelijk houden van cultureel erfgoed voor toekomstige generaties. Ook jongeren vormen een belangrijk speerpunt binnen de samenwerking.
Directeur Amito Haarhuis van het Openluchtmuseum spreekt van een samenwerking tussen “twee organisaties die veel overeenkomsten hebben, zowel in historie als in toekomstvisie”.
Volgens Barry van de Lagemaat sluit het partnerschap goed aan bij de maatschappelijke rol die Rabobank wil spelen. “We helpen met onze partnerbijdrage om het park te blijven verduurzamen en toegankelijk te houden voor iedereen”, aldus Van de Lagemaat.
Openluchtmuseum trekt bezoekers uit heel Nederland
Het Nederlands Openluchtmuseum aan de Schelmseweg in Arnhem behoort tot de bekendste musea van Nederland. In het park staan historische gebouwen uit verschillende periodes en regio’s van het land, waaronder boerderijen, werkplaatsen, woningen en molens. Bezoekers kunnen er zien hoe mensen vroeger woonden, werkten en leefden.
Het museum trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers en richt zich nadrukkelijk op families, scholen en toeristen. Naast de historische gebouwen organiseert het museum regelmatig evenementen, demonstraties en interactieve activiteiten.
Rabobank wil via het partnerschap ook eigen leden uitnodigen voor bezoeken aan het Openluchtmuseum. Volgens Van de Lagemaat is het museum een plek “waar alle generaties naartoe komen: jongeren, gezinnen en senioren”.