ARNHEM – Het zou vandaag wel eens de eerste dag van het jaar kunnen zijn waarop de ijzige koelte van de winterschaduw het verliest van de zinnenprikkelende warmte van de maartse zon, die het Spijkerkwartier in prachtige Kodak Color Gold-kleuren doopt. In de rustige Dullertstraat neemt het vlagerige stemgeluid van spelende kinderen het lied van de lentezingende bomen over.
En dan is er zo’n plek waarvan men zich afvraagt wat zij eigenlijk wil zijn. Het voormalige wijkzwembad ‘Thialf’, geopend in 1932 op het terrein van een gelijknamige ijsclub, is er zo een. Het bad sloot in 1988 en sindsdien lijkt het gebouw te kampen te hebben met een lichte identiteitsverwarring: een studio van RTV Arnhem, een kortstondige brasserie en nu een etablissement dat zich reeds een aantal jaren afficheert als ‘De Buren van Thialf’.

Bij binnenkomst worden wij ontvangen door de ons bekende chef Henry Rabe, voorheen eigenaar van het helaas door Corona ter ziele gegane ‘KreeftThings’ in de Prins Hendrikstraat. Hij staat vanmiddag zelf achter de kachel, altijd een goed teken, al is het natuurlijk geen garantie. Wij nemen plaats op het terras aan de railing, uitkijkend over het speelterrein dat zich, gelukkig, lager bevindt dan het terras, zodat het kindergeschal tot een zeer aanvaardbaar niveau wordt gereduceerd.
Mijn disgenoot bestelt een ‘gouwe ouwe’: het twaalfuurtje, een uitsmijter op desembrood met tomatensoep en een kroket (€ 14,50). Zelf kies ik de pasta gamba, met spaghetti, knoflookolie, rode peper, parmezaanse kaas en rucola (€ 18,50).

Het twaalfuurtje, een gerecht dat zelden verrast en dat ook niet pretendeert, blijkt hier zeer verzorgd uitgevoerd. De tomatensoep is diep van kleur en bezit een aangename balans tussen zoet en zuur, met een kruidigheid die we niet direct thuis kunnen brengen, maar die niet stoort. De kroket is zoals een kroket hoort te zijn: krokant van buiten, romig en smeuïg van binnen, met een ragout die voldoende naar rund smaakt om serieus genomen te worden. Het desembrood doet wat desembrood moet doen -licht zurig, stevig- en de mosterd snijdt daar correct doorheen. De uitsmijter completeert het geheel zonder ophef: een mooi lopend ei, gesmolten kaas, geen fouten.
De pasta gamba toont nóg meer ambitie. De gamba’s zijn correct bereid -stevig, sappig, met een bescheiden rokerigheid- en worden gedragen door een knoflookolie die rond en vol is zonder te ontsporen in scherpte. De rode peper dient zich af en toe aan, zoals dat hoort, en houdt het gerecht wakker. Parmezaan zorgt voor binding en diepte, terwijl rucola de noodzakelijke frisheid brengt om het geheel niet te laten verzanden in vetheid.

Het is, alles overziend, een lunch die meer doet dan slechts voldoen. De zon helpt, uiteraard -dat doet zij altijd- maar de keuken onder leiding van de sympathieke chef Rabe blijkt hier in staat om het aangename te ondersteunen met het degelijke.
En zo krijgt een plek die lang niet wist wat zij wilde zijn, uiteindelijk toch een zekere bestemming: een lunchadres waar men zonder aarzeling kan neerstrijken, en waar de keuken haar werk serieus genoeg neemt om terugkeer te rechtvaardigen. Ook voor diner.