Sinds 1996 – dit jaar dertig jaar geleden – rijden er trams in het Openluchtmuseum. Het museum viert dit met drie jubileumweken tussen 18 april en 5 mei. Daarbij zijn niet alleen historische trams te bewonderen en te ervaren, maar ook ander ‘rijdend erfgoed’ zoals een Ford-autobus uit 1923. Met enige overdrijving zou men kunnen stellen dat de tram het Openluchtmuseum van de ondergang gered heeft.
(Tekst en foto’s Henk Donkers)
In 1987 dreigde toenmalig minister Elco Brinkman het Openluchtmuseum te sluiten vanwege bezuinigingen. Na massale protesten ging dat niet door en werd het museum verzelfstandigd. Deze crisis in het bestaan van het in 1912 opgerichte museum maakte wel duidelijk dat modernisering nodig was. De bezoekersaantallen liepen terug en het museum kampte met een ouderwets imago.
Beter vervoer over het terrein
In die tijd ontstond het idee om het vervoer op het uitgestrekte museumterrein een grotere rol te geven. Aanvankelijk dacht men aan een paardentram maar omdat die maar weinig mensen kan vervoeren, kwam men uit op de elektrische tram. Daarmee kon men veel bezoekers, ook de minder mobiele, snel over het uitgestrekte terrein vervoeren en kon men tegelijk historisch vervoer, dat tot dan toe ontbrak, zichtbaar maken. Ook kwam er meer aandacht voor industrieel erfgoed en later de Canon van Nederland.
Onmisbaar onderdeel museumbeleving
Het concrete initiatief voor een tram kwam in de jaren ’90 van toenmalig directeur Jan Vaessen. Hij werkte samen met de Tramweg-Stichting die historische trams rijdend wil houden en de gemeente Arnhem die plannen had voor een historische tramlijn van de binnenstad naar het Openluchtmuseum en Burgers’ Zoo die echter onhaalbaar bleken. Aanvankelijk was het idee de tram voor een jaar of tien in het Openluchtmuseum te laten rijden, maar al snel werd duidelijk dat de tram een onmisbaar onderdeel van de museumbeleving zou kunnen worden.
Replica’s remise en tram
In 1995 en 1996 werd er op het terrein een ringlijn aangelegd van 1,7 kilometer met een hoogteverschil van 21 meter en zes haltes. De rails was deels afkomstig van de Floriade in Zoetermeer. Een bijzonder onderdeel was de reconstructie van de Arnhemse tramremise aan de Westervoortsedijk die tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 geheel verwoest was evenals alle trams. Op basis van oude foto’s en herinneringen van oud-medewerkers is een zesde deel van de remise herbouwd, want de oorspronkelijke tekeningen zijn verloren gegaan. Op basis van originele tekeningen uit 1929 is in de eigen werkplaats ook een replica gebouwd van een Arnhemse tram, de GETA 76. GETA slaat op GEmeenteTramArnhem. De trams hadden allemaal een nummer. Naast de GETA 76 rijden er niet-nagebouwde historische trams uit Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Daarnaast rijden er af en toe gasttrams zoals tijdens deze jubileumweken.

Volwaardig trambedrijf
Wat begon als een tijdelijk project groeide na de opening van de tramlijn in 1996 uit tot een volwaardig trambedrijf en een onderneming op zichzelf. Teamleider Diederik Menting: “We hebben zeven betaalde krachten en zo’n 140 vrijwilligers: 40 trambestuurders, 70 conducteurs en 30 mensen in de werkplaats voor restauratie en onderhoud. De jongste is 16, de oudste 83. Niet alleen mannen maar ook zo’n twintig vrouwen. Jaarlijks vervoeren we anderhalf miljoen passagiers. We verhuren ook trams. Zo hebben we een ‘trouwtram’ waarmee we bruiloftsgasten ophalen en naar het kerkje vervoeren waar mensen kunnen trouwen.”
Mobiel erfgoed
De tram in het Openluchtmuseum is de meest zichtbare vorm van mobiel erfgoed, maar niet de enige. Tijdens de jubileumweken rijden er ook wijkverpleegsters rond op Solexen, staan er oude types bromfietsen en DAF’jes en rijden er historische bussen over het museumterrein.

Het meest bijzondere exemplaar is een Ford-bus uit 1923 van de Stichting Transit Oost uit Winterswijk. Bestuurder en onderhoudsmonteur Wim Siebelink: “Tot in de jaren ’30 bestonden er uitgebreide netwerken van stoomtrams op smalspoor zoals die van de Geldersche Tramweg-Maatschappij (GTM), die delen van de Achterhoek en de Betuwe ontsloot. Om gaten in het netwerk op te vullen werden er vanaf de jaren ’20 autobussen ingezet. Die namen het vervoer al snel over van de trams. Deze bus uit 1923 kon dertien passagiers vervoeren, had twee versnellingen, een 20pk-motor en haalde op een verharde weg 45 kilometer per uur.”

Tramlijn naar de Arnhemse binnenstad
Op 28 maart 2025 verraste het Openluchtmuseum de Arnhemse bevolking met de aankondiging dat er in april gestart zou worden met de aanleg van een historische tramlijn van de binnenstad via Burgers’ Zoo naar het Openluchtmuseum. Daarop zou de GETA 76 gaan rijden. Een langgekoesterde wens zou in vervulling gaan. De lijn zou passen bij Arnhem als koploper op het gebied van duurzaam vervoer met zijn elektrische trolleybussen. Het bleek een 1-april-grap.
Meer informatie over de jubileumweken: www.openluchtmuseum.nl/volgendehalte