De bevrijding van Arnhem is onlangs gevierd, die van Nederland volgt op 5 mei en in september staat de herdenking van de Slag om Arnhem weer op het programma. Okko Luursema (82) houdt zich hier zijn leven lang al mee bezig en woont tussen duizenden boeken over de Tweede Wereldoorlog, vooral over operatie Market Garden, de Slag om Arnhem en de rol van de Polen daarin. “De oorlog was in mijn jeugd overal aanwezig”, zegt hij. “En eigenlijk is hij dat nog steeds.” Luursema kijkt echter niet alleen maar om. “Vrijheid en democratie vragen onderhoud en internationale samenwerking”, zegt hij “Als ik zie hoe types als Trump en partijen als de PVV en Forum voor Democratie de boel ondermijnen, hou ik mijn hart vast.”
(Tekst en foto’s Henk Donkers)
Wie het appartement van Okko Luursema aan de Witsenstraat in Arnhem-Noord betreedt, stapt een andere wereld binnen. De muren zitten verborgen achter een overweldigende hoeveelheid boeken. Omdat de vele kasten allemaal allang zijn volgestouwd, staan er op de grond ook hoge stapels boeken. Het vraagt behendigheid om er tussendoor te lopen zonder ze om te stoten. Zijn werkkamer is nog veel voller. “Ik lijd aan een ernstige ziekte”, zegt hij. “Verzameldrift. Maar ik verzamel niet alleen om te hebben, maar om te weten en te begrijpen. Elk boek kan een detail, naam, locatie of gezichtspunt bevatten dat nodig is om precies te weten hoe zaken in de oorlog verlopen zijn en de hele puzzel te kunnen leggen.”

Terechtwijzingen
Mensen en organisaties worden door hem zo nu en dan terechtgewezen op basis van zijn enorme en gedetailleerde kennis. Zo wijst hij erop dat veel verwoestingen van huizen in Arnhem toegeschreven worden aan de Slag om Arnhem, terwijl er op die plek helemaal niet gevochten is in september 1944 (wel in april 1945 tijdens de bevrijding). Museum Arnhem wees hij 2024 terecht over een filmfragment over de Slag om Arnhem waarop geallieerde brencarriers en vrachtwagens bij het museum over de Utrechtseweg in westelijke richting rijden. Luursema: “Dat kan niet kloppen. Alleen Britse parachutisten en Airborne-infanteristen vochten te voet in oostelijke richting. De beelden waren van april ’45.” De directeur van Museum Hartenstein in Oosterbeek stuurde hij onlangs een kritische recensie over de vele onvolkomenheden in de vertaling van een geredigeerd boek van de Poolse generaal Sosabowski die de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachute Brigade leidde tijdens de Slag om Arnhem. Luursema had het oorspronkelijke boek in het Pools gelezen.
Als peuter op een antitankkanon
Luursema werd op 26 mei 1943 geboren in het Elisabeths Gasthuis aan de Utrechtseweg in Arnhem. Zijn wieg stond letterlijk in het brandpunt van de latere strijd. “Op [de] bekende foto van het Elisabeths Gasthuis tijdens Operatie Market Garden hangt een Rode Kruisvlag boven de ingang met links daarvan twee ramen. Daarachter ben ik geboren.”
Zijn ouders woonden in Doorwerth. Op 17 september 1944 landden op de hei bij Heelsum Britse parachutisten van de Airborne-divisie. Jeeps en licht geschut werden met gliders afgezet. Daarmee trokken de Airbornes o.a. over de Utrechtseweg op in de richting van de Rijnbrug bij Arnhem. De bevolking reageerde euforisch op hun komst, dacht dat de bevrijding aanstaande was en deelde fruit en water uit aan de soldaten die hen weer blij maakten met sigaretten en chocola. In die opgetogen sfeer zette een Britse soldaat de toen 15 maanden oude Okko op de loop van een 6-pounder antitankkanon. Zijn moeder maakte daarvan een foto. De foto doet heel onwerkelijk aan want de vrolijke soldaten hadden op dat moment geen benul van de verloren strijd die ze tegemoet gingen.

Evacuatie en terugkeer
Na de verloren Slag om Arnhem kreeg de bevolking eind september 1944 het bevel om te evacueren. Ook het gezin Luursema moest vertrekken uit Doorwerth. Met Okko in een karretje achter de fiets trokken ze met tussenstops in De Steeg, Twello, Balkbrug, Hoogeveen en Veendam naar het Groningse Appingedam, waar familie woonde en waar zij tot het einde van de oorlog werden opgevangen.
De terugkeer naar huis liet lang op zich wachten. Hun huis in Doorwerth was zwaar beschadigd: een voltreffer had een groot gat in het dak geslagen en alle ruiten waren uit de ramen. Desondanks had de gemeente er tijdelijk een gezin met tien kinderen ondergebracht. Na de bevrijding verbleef het gezin Luursema daarom een tijdje op Vlieland. Pas in 1946 keerde het terug naar hun gehavende huis in Doorwerth.
Overal sporen van de oorlog
De omgeving waarin Luursema als kind opgroeide, droeg nog overal de sporen van de oorlog. “Langs de tramrails lagen stapels munitie, wat niet zonder gevaar was. Er zijn in die tijd kinderen gewond geraakt en zelfs gedood door explosies op de Noordberg en in Mariëndaal. De bossen en tuinen waren wel uitgekamd op explosieven, maar desondanks heb ik zelf in het bos een niet-ontplofte mortiergranaat gevonden die met de punt in de grond stak. Ik ben in een rechte lijn naar de straat gelopen, heb de plek gemarkeerd en de politie gewaarschuwd. De Oosterbeekse politie kwam met een speciale kist met stro om de granaat in af te voeren, maar die paste daar niet in. Ze hebben de granaat toen voorzichtig in dekens gewikkeld en op een brancard in de grote Chevrolet meegenomen.”
Verwoeste stad
Ook aan de verwoeste stad Arnhem heeft Luursema levendige berinneringen. “We hadden een bevriende boer in Heteren wonen aan de overkant van de Rijn waar we wel eens fruit of een kip haalden. Ik ging achterop de fiets van mijn vader mee. De veerponten bij Driel, Renkun en Doorwerth waren er niet meer. We moesten via Arnhem heen en terug fietsen. Ik herinner me dat we tussen eindeloze hopen puin en gehavende huizen fietsten, dat de Rijnbrug in het water lag en er twee tijdelijke Baileybruggen naast lagen. Die beelden van de verwoeste stad zijn me altijd bijgebleven: de resten van de oude brug in het water, de Canadese noodbruggen en de puinhopen… Ze hebben mijn belangstelling voor de geschiedenis van Arnhem en de oorlog gevoed.”


Herdenkingscultuur
Ook het gezin Luursema stelde hun huis open. “Vanaf jonge leeftijd maakte ik van dichtbij mee hoe vaders, moeders, broers en zussen uit Groot-Brittannië naar de Airborne-begraafplaats in Oosterbeek kwamen om het graf van hun gesneuvelde familielid te bezoeken. Mijn ouders ontvingen de gasten in huis en begeleidden hen vaak naar de begraafplaats. Omdat mijn vader geen auto had, gebeurde dat met de bus of op de fiets. Als kleuter ging ik al mee om samen met de nabestaanden het juiste graf te zoeken.”
Britse gasten
De aanwezigheid van deze buitenlandse gasten maakte grote indruk op hem. “Nog voordat ik goed Nederlands sprak, kende ik al Engelse woorden als ‘thank you’, ‘good night’, ‘sleep well’ en ‘enjoy your meal’. Bij ons thuis werd veel gesproken over de oorlog. Mijn vader vertelde wat hij had meegemaakt, terwijl de bezoekers vertelden hoe het leven in Engeland na de oorlog was. Die vroege ontmoetingen met mensen voor wie de oorlog geen geschiedenis was, maar een persoonlijk verlies, maakten indruk op mij. Ik heb vaders en moeders zien huilen bij het graf van hun zoon.“
Sommige contacten groeiden uit tot langdurige banden. “Zo logeerden jarenlang meneer en mevrouw Wakeham uit Wales bij ons en kwamen ook jarenlang de kinderen van een gesneuvelde soldaat uit Manchester in de zomervakantie bij ons logeren. Geld voor de trein hadden ze niet. Broer en zus fietsten naar Dover, namen daar de boot naar Oostende en fietsten van daar naar Oosterbeek om het graf van hun vader te bezoeken. Dichter bij hem konden ze niet komen.”
Respect voor gesneuvelde militairen
Al vroeg deed Luursema zelf mee aan de herdenkingen. “Met de lagere school legden we elk jaar bloemen op de Airborne begraafplaats. Vaak kwamen de bloemen uit de eigen tuin en trokken we onder begeleiding van de Oosterbeekse Harmonie samen naar de begraafplaats. We leerden al vroeg de betekenis van herdenken en respect voor militairen die voor onze vrijheid gesneuveld waren. Ook als padvinder speelde de oorlog een belangrijke rol. Eerst als welp en verkenner, later als voortrekker en leider van een welpengroep heb ik 43 keer de Airborne Wandeltocht gelopen. Ook bezochten we het Airborne Museum en de Ginkelse Heide.”
Poolse veteranen
Op de Airborne Begraafplaats ontmoette Luursema voor het eerst Poolse parachutisten uit het Verenigd Koninkrijk die ieder jaar naar Nederland kwamen voor de herdenking van de luchtlandingen. Sommigen van hen werden vrienden. Hij raakte onder de indruk van hun verhalen over hun ervaringen tijdens de oorlog en vooral ook van hun moeilijke jaren erna. “Ze konden niet terug naar hun vaderland. Dat was na 1945 communistisch geworden en omdat zij in een buitenlandse krijgsmacht gediend hadden riskeerden ze strafkampen en zelfs executie.” Na zijn huwelijk openden Luursema en zijn vrouw hun huis voor Britse veteranen. Na hun scheiding vonden de Britten onderdak bij zijn vrouw, de Polen bij Okko.
Zes Poolse onderscheidingen
Gaandeweg verdiepte zijn relatie met de Poolse veteranen zich. Hij woonde hun herdenkingen in Nederland bij zoals in Driel, en reisde op hun uitnodiging vaak naar Engeland. Hij werd voor hen een aanspreekpunt in Nederland en vertaalde voor hen artikelen over hen in de Nederlandse media. Na de val van het communisme in 1989, toen de veteranen weer terug konden naar hun vaderland, ging hij sinds 1992 naar herdenkingen in Polen. Hij is zo’n honderd keer in Polen geweest. Hij raakte zo nauw betrokken bij Polen en de Poolse geschiedenis dat hij in 1994 Pools ging leren zodat hij met hen kon praten en hun publicaties kon lezen. Hij wilde ook niet afhankelijk zijn van de gekleurde kijk van de Britten op de rol van de Polen tijdens de Slag om Arnhem. Het beeld dat de Polen slecht vochten, en daarmee (mede) schuldig waren aan het mislukken van Operatie Market Garden, is volgens Luursema niet terecht. Ze stonden onder Brits bevel en hadden te maken met omstandigheden waar ze geen invloed op hadden zoals de weersomstandigheden en de gebrekkige planning van de Britten. “De oorzaak van de mislukking lag in de voorbereiding in Londen”, aldus Luursema. De Poolse Parachutisten onder leiding van generaal Sosabowski hebben volgens hem te weinig erkenning gekregen voor hun inzet. Dankzij de inzet van velen is dat veranderd. In 2006 zijn de Polen gerehabiliteerd en door Koningin Beatrix onderscheiden. Sindsdien wordt hun inzet niet alleen in Driel nadrukkelijk erkend en geprezen, maar sinds vorig jaar ook door de Britten. Tot en met 3 januari 2027 is er in het Airborne Museum in Oosterbeek de tentoonstelling over vader en zoon Sosabowski.
Voor zijn inzet heeft Luursema zes Poolse onderscheidingen ontvangen. De mooiste vindt hij het Ridderkruis in de Orde van Verdienste van de Republiek Polen, persoonlijk ondertekend door de toenmalige democratisch gekozen president Lech Walesa. Hij draagt de vriendschapsring van de huidige Poolse parachutistenbrigade en heeft de zilveren en gouden speld van verdienste van de Poolse Parachutisten Vereniging (ZPS).

Huis vol papier
Terug naar zijn huis vol papier. Hoe begon zijn verzameldrift om werkelijk alles wat er geschreven is over de Slag om Arnhem en de rol van de Poolse parachutisten te verzamelen? Als klein kind las hij al stripboeken over de Slag om Arnhem, maar dat viel thuis niet in goede aarde. “Op de lagere school las ik het stripboekje ‘De Slag om Arnhem, beeldfilm in 300 flitsen’ van Peter Veldheer. Toen ik het mee naar huis nam, gooide mijn vader het in de brandende kachel. Hij overleed in 1955, toen ik twaalf was. Hij had boeken over de oorlog en de Slag om Arnhem. Als ik later groot was, mocht ik ze hebben, zei mijn moeder. Op de middelbare school kreeg ik van een vriendin ‘’t Begon onder melkenstijd’ van G.J. Peelen uit Renkum. In de kaft stond een kaart van de omgeving, met de straat waar ik woonde. Ik las het met plezier en raakte steeds meer geïnteresseerd in de Slag. Dit boek was het begin van mijn eigen verzameling, die aangevuld met de boeken van mijn vader, groeide en groeide. Boekhandel Romeijn in Oosterbeek informeerde me over nieuwe uitgaven en ik kocht tweedehands boeken op markten. Als we in Engeland, Wales of Schotland kampeerden, struinde ik boekwinkels en antiquariaten af. Sinds ik veel in Polen kom en Pools kan, doe ik daar hetzelfde. Naast Nederlandse, Engelse en Poolse boeken heb ik ook Duitse, Franse, Tsjechische, Deense, Zweedse en Russische boeken over Arnhem. De parels van mijn verzameling zijn gesigneerde boeken van de generaals Sosabowski, Urquhart en Hackett, en een aantal eerste drukken.”


Lessen voor nu
Welke lessen trekt Luursema uit zijn enorme kennis van de Tweede Wereldoorlog, de Slag om Arnhem en de rol van de Polen? “Vrijheid komt nooit vanzelf en is het resultaat van een enorme gezamenlijke inspanning. Niet alleen de Canadezen, Amerikanen, Britten en Polen hebben ons bevrijd, ook de Noren, Belgen, Fransen, Luxemburgers, Tsjechen, Nieuw-Zeelanders en Australiërs. Ontstellend veel grotere en kleinere eenheden hebben meegeholpen ons te bevrijden. Je hebt heel erg veel mensen nodig om van oorlog weer vrede te maken. Kijk naar wat Poetin, Trump en Netanyahu aanrichten met hun oorlogen en wat voor moeite het gaat kosten om daar vrede te bewerkstelligen. Vrijheid en democratie moeten niet alleen bevochten, maar ook bewaard worden. Dat vergt veel onderhoud en is een taak voor iedereen, niet alleen van politici en militairen. En dan is er nog het belang van internationale samenwerking en de internationale rechtsorde. Types als Trump gaan daar onverantwoordelijk mee om en ondermijnen deze. Net als partijen als de PVV en Forum voor Democratie. Door hen komen democratische waarden onder druk te staan. Democratie vergt onderhoud, ook van jou en mij.”
