Op 3 december plaatste de gemeente op de Hoogkamp een groene, opengewerkte zeecontainer onder de beukenbomen op de hoek van de Amsterdamseweg en de Schelmseweg. Het was toen al de bedoeling dat deze later tijdens een graffiti-workshop onder leiding van een graffiti-kunstenaar bespoten zou worden door jongeren uit de wijk. Dat is op 1 mei gebeurd.
(Tekst Henk Donkers)
Kunstenaar Jeroen Pronk van ‘Pronk-Stukken’, die al meer dan twintig jaar ervaring heeft met graffiti en street-art, had de workshop op verzoek van de gemeente georganiseerd. Hij had een ontwerp gemaakt en een aantal kratten met spuitbussen, beschermende kleding en mondkapjes meegenomen.
Jongerenwerker Michael Verhoef van Rijnstad had geprobeerd jongeren uit de wijk erbij te betrekken opdat zij zich mede-eigenaar van de JOP zouden gaan voelen. Het aantal jongeren dat erop afkwam viel in het begin nogal tegen, mogelijk vanwege de meivakantie en het bijna zomerse lenteweer. Op het moment dat uw verslaggever er was, was dat er welgeteld één. Later kwamen er echter nog een stuk of tien andere jongeren meedoen.
Volgens Verhoef wordt de JOP volop gebruikt door jongeren. Zelf heeft hij er wel eens zeven aangetroffen. De tijdstippen waarop ze er zijn, wisselt volgens hem nogal. Scholieren gebruiken de JOP soms als verzamelplaats voor ze naar school fietsen of praten er na schooltijd wat na voordat ze zich huiswaarts begeven. Ook ’s avonds maken jongeren er gebruik van, zowel jongens als meisjes, al zijn de eersten ver in de meerderheid. Verhoef verwacht dat het gebruik van de JOP toeneemt nu de zomer in aantocht is en het ’s avonds langer licht is.
Voordat de workshop begon was de zeecontainer al (illegaal) met graffiti bespoten. “Niet onverdienstelijk”, vond Jeroen Pronk. Hij kent de Arnhemse graffiti-scene en weet wie de graffiti op de container gespoten had. Er waren hier en daar ook wat ‘tags’ en leuzen van anderen overheen gespoten. Pronk: “Daaraan zie je dat ze de regels van de graffiti-community niet kennen. Je hoort respect te hebben voor het werk van anderen en er niet overheen te spuiten.”
Pronk heeft voordat hij met deze ‘officiële’ graffiti-workshop begon, de makers van de vorige graffiti laten weten dat hun werk overgespoten zou worden en heeft ze ook symbolisch schadeloos gesteld. Voordat hij met de buurtjongeren ging spuiten, heeft hij zelf een ondergrond aangebracht en op de zijkant een bonte specht gespoten. De contouren van zijn ontwerp met daarin de naam ‘Hoogkamp’heeft hij op de achterkant van de container aangebracht. Daarna konden de buurtjongeren gaan spuiten. In beschermende kleding en met een mondkapje op om geen verf in te ademen.

