21 september 2026
3 min lezen

Eerst grote woorden, maar gemeente staakt juridische strijd na illegale sloop historische kelders

Foto: © Arnhemsche Courant

ARNHEM – Maanden na de illegale sloop van historische keldergewelven in de Varkensstraat legt de gemeente Arnhem de juridische strijd met de eigenaar en het sloopbedrijf grotendeels naast zich neer. De bedrijven accepteren de handhaving en stellen samen 100.000 euro beschikbaar voor erfgoed. Opvallend is dat nog altijd niet is vastgesteld hoe de sloop precies kon gebeuren.

De kwestie begon na de grote stadsbrand van maart 2025. Bij de herontwikkeling van de getroffen panden in de Varkensstraat moesten historische resten zoveel mogelijk behouden blijven. Toch bleken later meerdere oude keldergewelven te zijn gesloopt. Sommige kelders dateren uit de veertiende en vijftiende eeuw.

De gemeente reageerde destijds hard. Arnhem noemde de sloop ‘illegaal, pijnlijk en onbegrijpelijk’ en stelde dat de werkzaamheden zonder overleg of toezicht waren uitgevoerd, terwijl eigenaar en aannemer wisten dat voor de historische kelders strenge regels golden. Er volgde een handhavingstraject, waarin de bedrijven uiteindelijk zelfs werden aangemerkt als ‘opportunistische en calculerende overtreders’.

Een halfjaar later klinkt een heel andere toon. De gemeente en bedrijven willen de juridische strijd staken, de zware kwalificatie verdwijnt en de gekozen afhandeling zal volgens het college geen gevolgen hebben voor toekomstige vergunningen of gemeentelijke aanbestedingen.

Eigenaar De Slegte/HDS Vastgoed en sloopbedrijf Van Dalen zeggen dat zij ervan overtuigd waren dat de gemeente mondeling toestemming had gegeven voor de werkzaamheden. De betrokken ambtenaren ontkennen dat.

Niet alleen een mondelinge toestemming

De gemeente schrijft aan de gemeenteraad dat meerdere gesprekken met de eigenaar, sloper en hun advocaten geen duidelijkheid hebben opgeleverd. De bedrijven blijven erbij dat ambtelijk mondeling toestemming is gegeven. De betrokken ambtenaren ontkennen dat volgens het college met klem.

Arnhem zegt geen reden te hebben om aan de verklaringen en integriteit van zijn ambtenaren te twijfelen. Tegelijkertijd erkent het college dat juridisch niet met absolute zekerheid kan worden vastgesteld of er wel of geen mondelinge toestemming is gegeven.

Maar uit de brief die De Slegte en Van Dalen op 3 juli aan het college stuurden, blijkt dat hun verdediging verder gaat dan alleen die vermeende mondelinge toestemming.

Volgens de bedrijven waren er tijdens en na de werkzaamheden meerdere momenten waarop de omgevingsdienst (ODRA) kon zien dat aan de kelderdekken werd gewerkt.

Voor de sloop moest eerst asbest uit de kelders worden verwijderd. Daarvoor werd volgens de bedrijven een aanvullende asbestinventarisatie bij de omgevingsdienst ingediend en goedgekeurd. Om het asbest te kunnen verwijderen waren delen van de kelderdekken toen al opgebroken. Na de sanering werd bovendien een vrijgaverapport naar de omgevingsdienst gestuurd. Volgens De Slegte en Van Dalen was ook daarin zichtbaar dat de kelderdekken gedeeltelijk waren verwijderd. Een waarschuwing dat dit niet was toegestaan, kwam er volgens hen niet.

Controle van de kelders goedgekeurd

Nog opvallender is wat er volgens de bedrijven daarna gebeurde.

Zij verwijzen naar een controle en een daaropvolgende bevindingenbrief van de omgevingsdienst van 29 december 2025. Volgens De Slegte en Van Dalen werd die brief verstuurd na een controle, op een moment dat de kelders naar eigen zeggen al weken open lagen en zichtbaar waren vanaf de straat.

Volgens de bedrijven werden de uitgevoerde werkzaamheden in die brief desondanks beoordeeld als in overeenstemming met de verleende vergunning. Zij zeggen die brief daarom te hebben opgevat als bevestiging dat ook de gemeente en de ODRA ervan uitgingen dat volgens de regels was gewerkt.

Zware kwalificatie verdwijnt

De bedrijven willen de juridische strijd staken en zijn bereid de handhaving van de gemeente te accepteren. Wel vroegen zij Arnhem om de kwalificatie ‘opportunistische en calculerende overtreder’ te schrappen uit de definitieve besluiten. Daarmee wordt een overtreder bedoeld die bewust het risico neemt regels te overtreden omdat dat hem meer oplevert dan naleving.

Volgens De Slegte en Van Dalen is daarvan geen sprake. Zij zeggen ervan overtuigd te zijn geweest dat de sloop was toegestaan. Ook vreesden ze dat de kwalificatie gevolgen kon hebben voor hun reputatie, toekomstige vergunningen, aanbestedingen en Bibob-procedures.

Arnhem komt hen daarin tegemoet. Ook zal de gekozen afhandeling volgens het college geen gevolgen hebben voor toekomstige vergunningen of gemeentelijke aanbestedingen. Daarmee erkent de gemeente niet dat de bedrijven toestemming hadden voor de sloop.

100.000 euro voor erfgoed

De eigenaar en sloper stellen gezamenlijk 100.000 euro beschikbaar voor een kwaliteitsfonds. Het geld moet worden gebruikt om het historische karakter van het door de stadsbrand getroffen bouwblok zichtbaar en beleefbaar te maken.

Het bedrag mag nadrukkelijk niet worden gebruikt voor het eventueel reconstrueren van de drie gesloopte keldergewelven. De bedrijven hebben die voorwaarde zelf opgenomen om te voorkomen dat de indruk ontstaat dat zij met de 100.000 euro de verdwenen gewelven proberen af te kopen.

Of de kelders uiteindelijk geheel of gedeeltelijk moeten worden teruggebouwd, is nog niet duidelijk. Als daarover bij de herontwikkeling geen overeenstemming wordt bereikt, houdt de gemeente de mogelijkheid open om herstel alsnog af te dwingen.

Belangrijkste vraag blijft liggen

Gemeente, eigenaar en sloper willen ondertussen verder met de herontwikkeling van de Varkensstraat. Er zijn al meerdere ontwerpsessies gehouden met architecten, stedenbouwkundigen en erfgoeddeskundigen.

Daarmee lijkt de bestuursrechtelijke strijd na maanden te worden beëindigd. Maar opvallend genoeg gebeurt dat zonder dat duidelijk is geworden hoe de illegale sloop precies kon plaatsvinden.

De bedrijven houden vol dat zij toestemming hadden en wijzen daarnaast op verschillende momenten waarop de omgevingsdienst volgens hen wist of kon zien dat aan de kelderdekken werd gewerkt. De gemeente houdt vol dat haar ambtenaren nooit toestemming hebben gegeven, maar erkent tegelijkertijd dat dit juridisch niet met absolute zekerheid is vast te stellen.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Vorige Bericht

Geen 89 Stolpersteine, maar een plaquette voor de vermoorde Joden uit ‘Het Jongenshuis’

Laatste berichten

Ga naarBoven