De bevrijding van Arnhem, deel 1: Na de Slag om Arnhem

Het is een vergeten onderdeel van de geschiedenis van de stad: de bevrijding van Arnhem door Canadese en Britse troepen van de 49th Infantry Division werd bevrijd. In een serie van vijf artikelen wordt hier het verhaal van de bevrijding van Arnhem verteld. Hieronder deel 1: Arnhem na de Slag om Arnhem.

De bevrijding van Arnhem is niet los te zien van de bittere gevechten in september 1944 tijdens de Slag om Arnhem.

Operatie Market Garden had tot doel een doorbraak van de geallieerden over de Rijn te forceren. Arnhem bleek echter een brug te ver. Terwijl Britse en Poolse troepen op 23 september 1944 met hand en tand de perimeter in Oosterbeek verdedigden, gaf het Duitse opperbevel in Arnhem de opdracht om frontstad Arnhem te ontruimen.

Op 25 september 1944 trok de Arnhemse bevolking in opdracht van de bezetter weg uit de stad. Naar Apeldoorn, Enschede, Zwolle, Friesland en andere plaatsen. Arnhem was een spookstad geworden.

Alleen de bevolking van de Geitenkamp mocht blijven. De Geitenkamp lag in de ogen van de Duitsers ver genoeg van het strijdgewoel af. Daarnaast bleven hulpdiensten zoals politiemannen en brandweermannen achter in de stad.

Er waren voor de Wehrmacht verschillende redenen om de bevolking van Arnhem te evacueren. De officiële reden was om de bevolking te beschermen tegen het oorlogsgeweld.

De werkelijke reden was echter dat de Duitsers verwachtten dat de slag om de Rijn nog lang niet was afgelopen. Burgers zouden in de ogen van de Duitsers in het beste geval in de weg lopen, en in het slechtste geval de geallieerden helpen bij hun opmars.

Bij Driel lagen 1.000 Poolse parachutisten die inmiddels versterking hadden gekregen van Britse tanks uit Nijmegen. Bij de geallieerden was toen inmiddels al het besluit gevallen om de Britse paratroopers uit Oosterbeek over de Rijn terug te trekken, maar dat wisten de Duitsers nog niet.

De Duitse generaal Bittrich van het SS-Panzerkorps in Arnhem heeft na de oorlog tegen Britse ondervragers verklaard dat de Duitsers verbijsterd waren dat de geallieerden het erbij lieten zitten. Als zij in de schoenen van de geallieerden hadden gestaan, hadden ze niet opgegeven.

Omdat de Duitsers een nieuwe aanval op Arnhem verwachtten, werd de stad verder versterkt met Duitse troepen. Pas nadat de geallieerden de Rijnbrug in oktober 1944 bombardeerden, realiseerden de Duitsers zich dat er hoogstwaarschijnlijk geen nieuwe aanval bij Arnhem te verwachten was.

Maar helemaal zeker waren de Duitsers niet. Daarom bleef Arnhem ‘frontstad’. De Duitsers hielden voor de zekerheid veel troepen paraat in Arnhem en omgeving, en de bevolking mocht niet terugkeren.

Arnhem leeggeplunderd
Speciale Bergungskommando’s plunderden in die tijd de hele stad leeg. In alle gebombardeerde steden in Duitsland was een groot tekort aan meubels, huisraad en servies. Alles wat volgens de Duitsers waarde had, en dat was nogal wat, werd in vrachtwagens naar Duitsland afgevoerd.

Peter Berends uit Velp kreeg op 6 november 1944 toestemming om voor de drukkerij van zijn vader papier op te halen in Arnhem en was zodoende een van de weinige getuigen van de plunderingen.

Arnhem werd door speciale Bergungskommando’s na de evacuatie systematisch leeggeplunderd.

“Een kijkje bij de St. Eusebiuskerk konden we niet nemen, omdat we van de Duitsers de strikte aanwijzing hadden gekregen om rechtstreeks naar ons doel te rijden. Van het plunderen zagen we des te meer toen we door de Ketelstraat en de Vijzelstraat in de richting van de Rijnstraat reden.”

“Overal liepen Duitsers de winkels en woningen in en uit om te zien of ze iets van hun gading konden vinden. De gekste dingen namen ze mee. Zo zag ik een hoge Luftwaffe‑officier met een stapel damescorsetten uit een winkel komen.”

“Op datzelfde moment zag ik aan de andere kant van de straat een grote open legervrachtwagen met aanhangwagen staan, die door een aantal Duitsers met kasten, bedden, fornuizen en andere huisraad werd volgestopt. Dit was nu werkelijk brute roof op grote schaal!”

“Een triest gezicht leverden de vele dode honden en katten, die langs de straten lagen. De arme beesten waren kennelijk bij de evacuatie achtergelaten en van honger omgekomen.”

The Island
Ten zuiden van de stad ontstond in het najaar van 1944 een beetje diffuse militaire situatie. De Amerikanen zaten in Nijmegen. De Duitsers in Arnhem. Daar tussenin lag wat de geallieerden ‘The Island’ noemden: het gebied tussen de Waal en de Rijn.

In dat gebied controleerden de Duitsers Elden, Malburgen en Huissen. Amerikaanse en later Britse troepen zaten in Driel, Elst en Bemmel. Gedurende de hele herfst en winter van 1944 vonden er over en weer schermutselingen plaats.

Het kwam regelmatig voor dat een geallieerde patrouille stuitte op een Duitse patrouille, waarna het tot een vuurgevecht kwam.

De westelijke sector van The Island werd aan Duitse zijde verdedigd door ‘Landstorm Nederland’, bestaande uit Nederlandse SS-vrijwilligers. Die sector werd aan geallieerde zijde verdedigd door de Nederlandse strijdkrachten van de Prinses Irene Brigade. Het leverde de bizarre situatie op dat Nederlanders tegen Nederlanders vochten.

Om de geallieerden verder dwars te zitten, bliezen Duitse troepen op 2 december de Rijndijk op, waardoor de Betuwe en Overbetuwe voor een deel onder water kwam te staan. Het maakte de situatie er niet beter op.

De Britse soldaat Rex Flower beschreef het na de oorlog als volgt:

“Water, water overal en het werd alleen maar erger voor het beter werd. We deelden The Island met de vijand. Ik ging er van uit dat hij het net zo haatte als wij. Er was overal modder. Het zou een natte, koude en later ijzige en bevroren winter worden.”

Ondertussen vonden er in de winter van 1944 over en weer artillerie-gevechten plaats. De Duitsers vuurden vanuit Arnhem granaten af op Nijmegen. De Amerikanen vuurden artilleriegranaten terug. Veel van de oorlogsschade in Arnhem is ontstaan door deze beschietingen.

Terwijl het front overal in West- en Oost-Europa in beweging was, en de Duitsers overal op de terugtocht waren, was de situatie ten zuiden van Arnhem tot aan het voorjaar van 1945 stabiel.

Dat veranderde begin april 1945 toen de geallieerden besloten ook hier op te rukken.

Lees verder:

De bevrijding van Arnhem, deel 1: Na de Slag om Arnhem
De bevrijding van Arnhem, deel 2: de bevrijding van Arnhem Zuid
De bevrijding van Arnhem, deel 3: de tweede Slag om Arnhem
De bevrijding van Arnhem, deel 4: bevrijding van een verwoeste stad
De bevrijding van Arnhem, deel 5: terugkeer in een levenloze stad

Vorige artikel

De bevrijding van Arnhem, deel 2: de bevrijding van Arnhem Zuid

Volgende artikel

Dossiers

Tip: