Impressie van Operatie Pegasus: Majoor Tony Hibbert en generaal Lathbury worden verwelkomd door soldaten van de 101st Airborne Division.

Longread: “Get em out!” Meer dan honderd Britse paratroopers ontsnappen over de Nederrijn

//

ARNHEM – Het is vandaag precies 77 jaar geleden dat een van de meest succesvolle ontsnappingsoperaties uit de Tweede Wereldoorlog plaatsvond. Op 23 oktober 1944 ontsnappen 130 Britse airbornesoldaten die na de Slag om Arnhem in de omgeving van Arnhem waren achtergebleven.

(Door: Patrick Arink)

De Britse generaal Shan Hackett lag gewond in het Elisabeth Gasthuis toen hij eind september 1944 werd aangesproken door een wildvreemde Nederlander die opeens naast zijn bed stond.

“Ben je in staat om een stukje te lopen?” vroeg de man in het Engels.
“Dat moet wel lukken”, antwoordde Hackett.
“Helemaal goed. Dan zorgen we dat je hieruit komt.”

Even later was de man terug met een stapeltje burgerkleren. Nadat Hackett de kleren had aangetrokken, werd hij door de man meegenomen naar de zijkant van het ziekenhuis. Daar stond buiten een auto klaar.

Hackett kreeg een verband op zijn hoofd gedrukt dat met bloed was doordrenkt en de auto reed weg. De Nederlander aan het stuur stopte bij de Duitse wachtpost die even verderop de wacht hield.
“Deze man moet sofort naar Apeldoorn.”
De verbouwereerde wachtpost wuifde de auto door en de auto reed zonder problemen weg.

De man achter het stuur was Piet de Kruijff, de leider van de meest succesvolle verzetsgroep van Arnhem. Een dag voor de luchtlandingen plaatsvonden, had de groep van De Kruijff een spoorviaduct aan de Schaapsdrift in Arnhem opgeblazen. Na de Slag om Arnhem deed de verzetsgroep van De Kruijff alles wat zij kon om zoveel mogelijk achtergebleven Britse militairen uit Duitse handen te houden.

In Ede werd generaal Hackett ondergebracht in het huis van een gepensioneerde Nederlandse militair waar hij kon onderduiken. De Britse generaal was weliswaar ontsnapt uit Duitse handen, maar hij zat nog altijd vast achter de Duitse linies. De Slag om Arnhem was mislukt. De geallieerden zaten aan de zuidkant van de Nederrijn. De Duitsers ten noorden van de rivier.

In Ede kwam Hackett erachter dat hij niet de enige Britse militair was die ondergedoken zat bij Nederlanders.

Echte en valse persoonsbewijzen van Menno de Nooij: de leider van de verzetsgroep in Ede.

Wat nu?

Operatie Market Garden was uitgelopen op een grote geallieerde nederlaag. Van de 11.000 Britten en Polen die bij Arnhem waren geland, waren 1.300 soldaten gesneuveld. Meer dan 6.000 Britten waren krijgsgevangen genomen. Ongeveer 2.600 airbornesoldaten hadden zich teruggetrokken bij Oosterbeek. Naar schatting zaten ongeveer 500 Britten verscholen in de bossen en dorpen rondom Arnhem.

Alleen al in Ede zaten meer dan tachtig Britse soldaten ondergedoken bij Nederlandse gezinnen. Net als Arnhem had ook Ede een goed georganiseerde verzetsgroep. Dankzij de inspanningen van het verzet hadden veel gestrande airbornesoldaten, waaronder twee generaals en een kolonel, een onderduikadres.

Maar niet alleen in Ede zaten Britse soldaten ondergedoken. Omdat de ziekenhuizen in Arnhem overvol zaten met Britse en Duitse gewonden, lagen er ook in bijvoorbeeld Utrecht Britse soldaten in het ziekenhuis. Een aantal van hen werden, net zoals generaal Shan Hackett in Arnhem, door het verzet uit het ziekenhuis gesmokkeld. Die soldaten kwamen terecht bij gewone Nederlanders die wilden helpen, zoals bijvoorbeeld Nel Stuij.

De toen 26-jarige onderwijzeres uit Utrecht nam een Brit in huis. Zij schreef na de oorlog:
“Ik kreeg een lange Schot: Jack Wiseman. Jack was getrouwd en hoopte in januari 1945 vader te worden. Dik gearmd, alsof we een verliefd stel waren, liep ik met hem over de Leidsekade. In de spoortunnel had hij de Duitsers aan kunnen raken. Later zei hij tegen mij dat hij nog nooit zo dicht bij een Duitser was geweest.”

Op 7 oktober was er een geweldige razzia in Utrecht.
“Die arme Engelsman zat alleen in huis. Later bleek dat hij doodsbang was vanwege het bonken op de deur en de herrie op straat. Het werd sowieso te gevaarlijk dus hij is op de fiets naar Ede gebracht. Rondom Ede was de verzamelplaats van alle vluchtelingen.”

Direct na de Slag om Arnhem was de verwachting dat het niet lang kon duren voor de geallieerden een nieuwe sprong over de Nederrijn zouden maken. Maar begin oktober drong het besef door dat het nog een hele tijd kon duren voor de geallieerden terug waren. Wat nu?

Bellen met het hoofdkwartier

Het verzet in Ede realiseerde zich dat het gevaar steeds groter werd voor de Nederlanders waar de Britten zaten ondergedoken. Als de Duitsers doorkregen dat er zoveel Britten verstopt zaten in het dorp, waren de Nederlanders hun leven niet zeker. Op hulp aan de vijand stond de doodstraf. De Britten moesten weg. Het liefst moesten ze allemaal dwars door de Duitse linies over de rivier naar bevrijd gebied overgezet worden. Maar hoe?

Een verzetsman stelde voor om het geallieerde hoofdkwartier in Nijmegen te bellen om te overleggen.
Het voorstel werd met hoongelach ontvangen. Bellen! Met het geallieerde hoofdkwartier! Midden in de oorlog. Welja joh. Alsof dat überhaupt mogelijk was!
Maar de verzetsman hield voet bij stuk. Volgens hem kon het.

Telefoneren ging in 1944 iets anders dan tegenwoordig. Je maakte eerst contact met de telefooncentrale. Die verbond je vervolgens door met degene die je wilde spreken.

Naast het reguliere telefoonnet was er ook het eigen netwerk van de Provinciale Geldersche Electriciteits Maatschappij (PGEM). De PGEM-centrale in Arnhem bevond zich op de Utrechtseweg, in het pand waar nu ArtEZ is gevestigd.

Tijdens de Slag om Arnhem was hier fel gevochten tussen Duitsers en Britten die via de Utrechtseweg de Rijnbrug wilden gebruiken. Het PGEM-gebouw was bij die gevechten beschadigd, maar was wel in gebruik.

De provinciale elektriciteitsbedrijven hadden in die tijd een eigen telefoonnet om ook de afgelegentransformatorhuisjes te bereiken. Zo liepen technici niet het risico dat door gebrekkige communicatie onderdelen te vroeg onder spanning worden gezet. In heel Gelderland had de PGEM op die manier 900 telefoonverbindingen via hun eigen telefoonnet met monteurs, centrales en verdeelstations.

De verzetsman die voorstelde om de geallieerden via dit telefoonnet te bellen, was Alex Hartman. Hij gaf leiding aan de afdeling Telecom bij de PGEM. Hartman maakte, onder de neus van de bezetter, gebruik van de telefoonlijn Ede-Wageningen-Randwijk-Nijmegen. Hartman wist inderdaad een lijn te openen naar Nijmegen.

Het geallieerde hoofdkwartier was gevestigd in de PGEM-elektriciteitscentrale in Nijmegen, dus dat kwam mooi uit. Ze hadden telefoon!

Het verzet belde naar Nijmegen en meldde doodleuk aan de geallieerden dat ze alle Britse militairen die in Ede en omgeving zaten ondergedoken wilden overzetten naar bevrijd gebied en of de geallieerden misschien konden helpen.

De vraag werd door de geallieerden met scepsis ontvangen. De Britse legerleiding had niet zo’n hele hoge pet op van het verzet in Nederland. De geallieerden wilden vanzelfsprekend helpen, maar was het verzet wel in staat om zo’n massale ontsnapping te organiseren?

Het verzet in Ede meldde dat ze bij de voorbereiding niet alleen stonden. Ze werden bij het opstellen van de plannen geholpen door meerdere Britse officieren, waaronder kolonel David Dobie.

Luitenant-kolonel David Dobie werd voor zijn aandeel in de ontsnapping beloond met de militaire Willemsorde, de hoogste onderscheiding van ons land.

Kolonel Dobie

Kolonel Dobie had na de luchtlandingen op 17 september 1944 leiding gegeven aan het 1e bataljon van de 1e Luchtlandingsbrigade. Net als het bataljon van John Frost was het bataljon van Dobie direct na de landingen opgerukt naar Arnhem. De mannen van kolonel Dobie waren echter gestrand aan de westkant van Arnhem ter hoogte van het Elisabeth Gasthuis.

In een ultieme poging om de Rijnbrug te bereiken had het bataljon van Dobie twee dagen na de landingen een poging gedaan om via de Onderlangs door de Duitse linies heen te breken. Het werd een bloedbad. Veel soldaten sneuvelden of raakten gewond.

Ook kolonel Dobie raakte gewond. Hij werd opgenomen in het Elisabeth Gasthuis, maar nadat hij op krachten was gekomen ontsnapte hij door eenvoudig in het donker uit het ziekenhuis weg te lopen.

Dobie liep door vijandelijk gebied naar de landingsgebieden bij Wolfheze. Daar ontdekte hij dat de Britten zich inmiddels hadden teruggetrokken.
Zwervend over de Ginkelse Heide werd Dobie gevonden door Elisabeth Spiers, die lid was van het verzet. Zij bracht Dobie in contact met ‘Tonny’. Tonny was de schuilnaam van Menno de Nooy, een van de leiders van het verzet in Ede.

Menno de Nooy zorgde voor een onderduikadres in Ede en bracht Dobie in contact met majoor Tatham-Warter, die bij de Rijnbrug gevochten had.

Dobie schreef na de oorlog: “Het is bijna onvoorstelbaar, maar tijdens de korte tijd dat hij was ondergedoken, had majoor Tatham-Warter in samenwerking met het verzet een operatie opgezet die tot doel had om zoveel Britten over te zetten naar de geallieerde linies.”

In samenwerking met Tatham-Warter werkte Dobie het ontsnappingsplan verder uit. Het plan was eigenlijk heel simpel. Vanuit de verschillende onderduikadressen zouden alle Britten zich in het donker verzamelen op een rendez vous-punt bij Renkum, vlak bij de Nederrijn.

Vanuit het verzamelpunt zou de groep in verschillende pelotons langs de Duitse wachtposten sluipen. Met bootjes die door de geallieerden vanaf de zuidoever waren meegebracht, zouden de Britten vervolgens worden overgezet.

Het plan was misschien simpel, maar er kon veel misgaan. Daarom vroeg de geallieerde legerleiding telefonisch aan kolonel Dobie of hij naar Nijmegen kon komen om de plannen af te stemmen.

Soldaten van Easy Company na de luchtlandingen van D-Day in juni 1944, ergens in Normandië.

Easy Company, 101st Airborne Divisie

In de nacht van 16 op 17 oktober maakte Dobie de oversteek.
Dobie: “In een stalen roeiboot staken we over. De stevige Pieter roeide met machtige slagen. Aan de overkant namen we afscheid en ik zei vaarwel tegen de prachtige mensen die hun leven voor ons in de waagschaal stelden.”

Aan de zuidoever stonden een paar Britse militairen klaar. Met een jeep werd Dobie naar het hoofdkwartier van generaal Horrocks gebracht, die aan het hoofd stond van het geallieerde grondleger.

Dobie wees op stafkaarten aan waar de oversteek precies zou plaatsvinden en samen met Horrocks en zijn staf werd het oorspronkelijke plan tot in detail uitgewerkt.
“Get em out!”, was simpelweg het motto van de legerleiding.
Via de telefoon werd majoor Tatham-Warter van de plannen op de hoogte gesteld.

Tijdens hun ontsnapping zouden de Britten aan de noordelijke oever worden opgewacht door een compagnie soldaten van de Amerikaanse 101st Airborne Divisie die in de Betuwe gelegerd was.

De soldaten die deze taak kregen, werden later wereldberoemd dankzij de tv-serie Band of Brothers. Het waren de soldaten van Easy Company van de 101st Airborne Divisie die een verdedigende ring langs de rivier moesten vormen. Hun belangrijkste taak was om eventueel gealarmeerde Duitse troepen op afstand te houden.

Voor de datum van de ontsnapping werd gekozen voor de nacht van 22 op 23 oktober. Voor die nacht was gekozen omdat de Duitsers inmiddels het bevel hadden gegeven om Renkum en een aantal andere dorpen langs de rivier op 22 oktober te ontruimen.

Dobie verwachtte dat de ontsnapping door de drukte en verwarring die dit zou veroorzaken minder op zou vallen. De ontsnapping kreeg de naam operatie Pegasus, genoemd naar het logo van de 1st Airborne Division.

Champagne

In de late avond van 22 oktober verzamelden zich in totaal 139 mensen op het afgesproken verzamelpunt. De meesten van hen waren soldaten van de Britse airbornedivisie. Daarnaast bevonden zich in de groep een aantal vliegtuigbemanningen van geallieerde vliegtuigen die waren neergeschoten, acht Nederlandse burgers en één Rus.
De Rus had dienst genomen in het Duitse leger om aan krijgsgevangenschap te ontkomen, maar was gedeserteerd.

Het verzamelpunt lag 500 meter van een Duitse stelling met machinegeweren, maar de Duitsers leken niets door te hebben.

Dobie: “Majoor Tony Hibbert kwam samen met 20 man bij het ontmoetingspunt aan in een vrachtwagen. Hij was onderweg een peloton Duitse soldaten op de fiets tegengekomen die met hun fietsbel belden en schreeuwden dat ze aan de kant moesten gaan.”

Vanaf negen uur ’s avonds liepen de Britten in groepjes behoedzaam naar de rivier. Rond middernacht was iedereen aanwezig op het afgesproken punt op de noordoever. Met lichtsignalen werd een teken gegeven aan de zuidoever.

Meteen werd een grote groep boten vanaf de zuidelijke oever naar de overkant gevaren. Aan boord van de boten zaten de soldaten van Easy Company die voor de verdediging zouden zorgen.

Er vond tijdens de hele ontsnappingsoperatie slechts één kort vuurgevecht plaats. De schietpartij werd veroorzaakt door de Russische soldaat. De Rus was in paniek geraakt en weggerend. Vervolgens werd hij onder vuur genomen vanuit een Duitse stelling.

Het Duitse geweervuur werd kort beantwoord door soldaten van de 101st Airborne Division, maar al snel keerde de rust terug. De Russische soldaat was krijgsgevangen genomen door de Duitsers en verder vielen er geen slachtoffers.

Majoor Taham-Warter zei later: “Ik denk dat de Duitsers wel doorhadden dat er iets aan de hand was, maar dat ze te bang waren om in het donker de confrontatie aan te gaan.”

In negentig minuten tijd werden alle Britten en de soldaten van Easy Company overgezet naar de zuidoever.

“Het ging allemaal heel soepel”, schreef een van de Britse soldaten na de oorlog. “We stapten zo snel mogelijk in de boot, we pakten een peddel en daar gingen we. Geen schoten van de Duitsers. Ongelooflijk!”

Aan de zuidoever werden de Britten naar een boerderij in Randwijk gebracht, waar ze te eten en te drinken kregen. Daarna werden ze met vrachtwagens naar Nijmegen vervoerd waar kolonel Dobie een feest met champagne had georganiseerd.

Operatie Pegasus was gelukt.

Een maand later werd een tweede grote ontsnapping over de Nederrijn geprobeerd, maar die liep mis doordat de Duitsers dit keer alerter waren. De meeste Britse soldaten werden bij die poging krijgsgevangen gemaakt. Slechts zeven Britten bereikten de geallieerde linies.

Generaal Hackett

En generaal Hackett, waar dit verhaal mee begint? Die was door zijn verwondingen nog steeds te zwak om aan de ontsnappingspogingen in oktober en november 1944 deel te nemen.

In de maanden die volgen sterkte Hackett verder aan. Via het verzet kreeg Hackett een vals persoonsbewijs. Samen met een verzetsman fietste hij als ‘Meneer van Dalen’ in februari 1945 van Ede naar de Biesbosch.

Toen Hackett onderweg langs een groepje Duitse militairen fietste kon hij het niet laten om in zijn beste Nederlands “goedemorgen” te zeggen, om daar vervolgens nog aan toe te voegen: “koud he?”

Vanuit Sliedrecht werd Hackett door het verzet overgezet naar bevrijd Nederland. Dankzij de moed en onverschrokkenheid van talloze Nederlandse burgers die hen leven op het spel zetten, zijn op die manier honderden Britse militairen teruggekeerd naar de veiligheid van de geallieerde linies.

Zoals vrijwel alle Britse militairen die ondergedoken zaten in Nederland, hield generaal Hackett tot aan zijn dood contact met de Nederlanders die hem tijdens de oorlog geholpen hebben om te ontsnappen.